Vage fraudekennisgeving bij verlengde onderzoekstermijn maakt belastingaanslag nietig
Samengevat Wanneer de fiscus tijdens een verlengde onderzoekstermijn onderzoeksdaden wil stellen wegens vermoedens van fraude, moet hij de belastingplichtige vooraf schriftelijk en nauwkeurig informeren over de bestaande aanwijzingen van belastingontduiking. Die aanwijzingen moeten op dat ogenblik voldoende concreet zijn. Elementen die de fiscus pas tijdens het latere onderzoek ontdekt, kunnen een vage of gebrekkige kennisgeving niet achteraf aanvullen of herstellen. Het hof van beroep te...