Aanslag van ambtswege ontvangen: wat nu?
- Aeacus Lawyers

- 16 minuten geleden
- 10 minuten om te lezen
In het kort Een aanslag van ambtswege geeft de fiscus de mogelijkheid om zelf uw belastbare inkomsten te bepalen wanneer u bepaalde fiscale verplichtingen niet bent nagekomen. Het belangrijkste gevolg is de omkering van de bewijslast: u moet dan in principe zelf aantonen wat uw juiste belastbare inkomsten zijn. Dat betekent echter niet dat de fiscus vrij spel krijgt. Artikel 351 WIB 1992 bepaalt strikt wanneer deze procedure mag worden toegepast en welke formaliteiten de fiscus moet naleven. Een fout in die procedure kan zelfs leiden tot de nietigheid van de volledige aanslag. |
“De fiscus gaat mij van ambtswege belasten.” Het klinkt behoorlijk definitief. Toch betekent een kennisgeving van aanslag van ambtswege niet dat u zich zomaar moet neerleggen bij het bedrag dat de fiscus vooropstelt.
Als advocaten gespecialiseerd in fiscale controles zien wij bij Aeacus Lawyers regelmatig dat belastingplichtigen vooral schrikken van één gevolg: de omkering van de bewijslast. Waar de fiscus normaal bepaalde elementen van zijn aanslag moet bewijzen, komt bij een rechtsgeldige aanslag van ambtswege een veel zwaardere bewijslast bij de belastingplichtige terecht.
Maar ook de fiscus moet de regels volgen. Hij mag niet naar eigen goeddunken beslissen om iemand van ambtswege te belasten. De wet bepaalt wanneer dat kan, hoe u vooraf moet worden geïnformeerd en hoeveel tijd u krijgt om te reageren. Bovendien blijft ook de berekening van de fiscus zelf aan grenzen gebonden.
In dit artikel leggen we uit wanneer een aanslag van ambtswege mogelijk is, wat de omkering van de bewijslast concreet betekent en vooral hoe u zich ertegen kunt verdedigen.

Inhoudstafel
1. Wat is een aanslag van ambtswege?
Normaal vormt uw jaarlijkse belastingaangifte het vertrekpunt voor de berekening van uw belastingen. U geeft uw inkomsten, kosten en andere relevante gegevens aan en de belastingadministratie controleert vervolgens of die aangifte correct is.
Maar wat wanneer u bijvoorbeeld geen aangifte indient of niet antwoordt op bepaalde vragen van de fiscus?
Dan kan de administratie onder bepaalde voorwaarden overschakelen naar een aanslag van ambtswege.
Dat betekent in gewone mensentaal dat de fiscus niet langer uw aangifte als uitgangspunt hoeft te nemen, maar zelf uw belastbare inkomsten bepaalt op basis van de gegevens waarover hij beschikt of op basis van vermoedens.
De wettelijke basis daarvoor is artikel 351 WIB 1992.
Belangrijk is dat de aanslag van ambtswege op zichzelf geen straf is. Het is een bijzondere manier waarop de fiscus de belasting kan bepalen wanneer de normale informatieverstrekking door de belastingplichtige is weggevallen. Dat neemt niet weg dat daarnaast bijvoorbeeld belastingverhogingen of andere sancties kunnen worden opgelegd.
2. Wanneer mag de fiscus u van ambtswege belasten?
De fiscus kan niet zomaar beslissen dat een aanslag van ambtswege gemakkelijker uitkomt.
Artikel 351, eerste lid WIB 1992 bepaalt limitatief wanneer deze procedure kan worden gebruikt. Dat betekent dat de fiscus zich moet bevinden in één van de gevallen die de wet uitdrukkelijk opsomt.
Dat is onder meer het geval wanneer de belastingplichtige:
niet tijdig een aangifte heeft ingediend;
bepaalde vormgebreken van zijn aangifte niet tijdig heeft hersteld;
de boeken, bescheiden, registers of gegevens bedoeld in de artikelen 315 en 315bis WIB 1992 niet heeft voorgelegd;
niet tijdig antwoordt op een vraag om inlichtingen op grond van artikel 316 WIB 1992;
niet tijdig antwoordt op een bericht van wijziging.
De regel is belangrijk omdat de aanslag van ambtswege zware gevolgen heeft voor de bewijspositie van de belastingplichtige. Precies daarom moet artikel 351 WIB 1992 strikt worden geïnterpreteerd.
3. Niet antwoorden betekent niet altijd dat de fiscus van ambtswege mag belasten
Hier wordt het juridisch interessanter.
Stel dat u een uitgebreide vraag om inlichtingen ontvangt. U antwoordt wel, maar volgens de fiscus is uw antwoord onvolledig. Mag de fiscus dan zeggen dat u “niet hebt geantwoord” en daarom een aanslag van ambtswege vestigen?
Niet noodzakelijk.
Uit de rechtspraak volgt dat een gedeeltelijk antwoord in beginsel ook een antwoord is. Zelfs de vermelding “nihil” werd reeds als een antwoord beschouwd, ook wanneer dat antwoord achteraf onjuist blijkt te zijn.
Ook een brief waarin de belastingplichtige aangeeft dat hij nog niet alle gegevens heeft kunnen verzamelen en om uitstel vraagt, kan als een reactie worden beschouwd.
Het hof van beroep te Antwerpen oordeelde op 6 december 2011 bovendien dat wanneer een belastingplichtige op een vraag om inlichtingen heeft geantwoord, de aanslag van ambtswege niet zomaar kan worden toegepast omdat de administratie het antwoord onvolledig vindt.
Ook administratieve fouten kunnen relevant zijn. Wanneer de fiscus zijn vraag om inlichtingen naar een verkeerd adres stuurt terwijl hij het correcte adres kende, kan hij het uitblijven van een antwoord niet zonder meer gebruiken om een aanslag van ambtswege te rechtvaardigen. Het hof van beroep te Antwerpen paste eenzelfde redenering toe op een kennisgeving die naar een oud adres werd verzonden (Antwerpen 17 januari 2012, FJF 2012, nr. 287).
De praktische les is belangrijk: het enkele feit dat de fiscus beweert dat u niet of onvoldoende hebt geantwoord, betekent nog niet dat aan de voorwaarden van artikel 351 WIB 1992 is voldaan.
4. Welke procedure moet de fiscus volgen?
Zelfs wanneer een wettelijke grond voor een aanslag van ambtswege bestaat, kan de fiscus niet onmiddellijk een belastingbedrag vaststellen.
Artikel 351, tweede lid WIB 1992 verplicht de administratie om u vooraf bij aangetekende brief in kennis te stellen.
Die kennisgeving moet minstens duidelijk maken waarom de fiscus de procedure van aanslag van ambtswege wil gebruiken, welke inkomsten of andere gegevens hij wil belasten en hoe hij die bedragen heeft bepaald.
Dat is geen formaliteit zonder betekenis. U moet uit de brief kunnen begrijpen wat de fiscus precies van plan is en hoe u zich daartegen kunt verdedigen.
Een kennisgeving die enkel verwijst naar een eerder bericht van wijziging kan daarom onvoldoende zijn. De rechtbank van eerste aanleg te Namen oordeelde op 2 oktober 2002 dat een dergelijke kennisgeving onvoldoende gemotiveerd was.
Wanneer u vervolgens opmerkingen formuleert en de fiscus die niet aanvaardt, moet hij overeenkomstig artikel 352bis WIB 1992 uiterlijk op de dag waarop de aanslag wordt gevestigd motiveren waarom hij uw opmerkingen niet volgt.
Ook dat is een substantiële vormvereiste. Het hof van beroep te Luik oordeelde op 25 mei 2018 dat de niet naleving ervan tot nietigheid van de aanslag leidt.
5. Hoeveel tijd krijgt u om te reageren?
Na ontvangst van de kennisgeving krijgt u in principe één maand om schriftelijk uw opmerkingen mee te delen.
Gedurende die termijn mag de fiscus de aanslag in beginsel nog niet vestigen. Met “vestigen” bedoelen we dat de fiscus het verschuldigde belastingbedrag officieel vastlegt.
Op deze wachttermijn bestaan volgens artikel 351 WIB 1992 uitzonderingen, onder meer wanneer de procedure wordt toegepast omdat niet tijdig werd geantwoord op een bericht van wijziging, wanneer de rechten van de Schatkist in gevaar zijn om een andere reden dan het verstrijken van de aanslagtermijn en bij roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing.
Dat de “rechten van de Schatkist in gevaar zijn”, mag niet zomaar worden beweerd. De administratie moet dit kunnen aantonen. In de rechtspraak werden bijvoorbeeld een wankelende financiële toestand, staking van betaling of een nakend vertrek naar het buitenland in aanmerking genomen.
6. De omkering van de bewijslast: waarom is die zo belangrijk?
Hier zit het echte gevaar van de aanslag van ambtswege.
Artikel 352 WIB 1992 voorziet bij een rechtsgeldige aanslag van ambtswege in een omkering van de bewijslast.
In gewone mensentaal betekent dit dat de rollen veranderen.
Het is dan aan u als belastingplichtige om op positieve, samenhangende wijze het bewijs te leveren van uw juiste belastbare inkomsten, beroepskosten en andere relevante gegevens.
Dat kan een aanzienlijk verschil maken.
Stel dat de fiscus op basis van de gegevens waarover hij beschikt uw belastbare winst op 200.000 EUR vaststelt, terwijl u meent dat die in werkelijkheid slechts 20.000 EUR bedraagt. Het volstaat dan niet noodzakelijk om alleen maar kritiek te geven op de berekening van de fiscus. Door de omkering van de bewijslast moet u zelf het vereiste bewijs van uw juiste belastbare toestand leveren.
Bovendien blijkt uit de rechtspraak dat wanneer dit bewijs slechts gedeeltelijk slaagt, de rechter niet zonder meer een gedeeltelijke ontheffing kan verlenen door enkel met bepaalde bewezen kosten rekening te houden.
De fiscus krijgt daarmee een sterke bewijspositie, maar geen onbeperkte vrijheid. Ook bij een aanslag van ambtswege moet de administratie rekening houden met bewijskrachtige gegevens waarover zij beschikt.
7. Hoe kunt u het tegenbewijs leveren?
Een omkering van de bewijslast betekent niet dat verdediging onmogelijk wordt.
Het Hof van Cassatie bevestigde op 17 mei 2013 (F.12.0032.N) dat de belastingplichtige het tegenbewijs met alle bewijsmiddelen, vermoedens inbegrepen, kan leveren.
In de praktijk is een volledige en bewijskrachtige boekhouding of administratie doorgaans het belangrijkste verdedigingsmiddel.
Het sleutelwoord is echter bewijskrachtig.
Een verzameling losse documenten is niet noodzakelijk voldoende. De boekhouding of documentatie moet betrouwbaar en volledig zijn en een samenhangend en controleerbaar geheel vormen.
Zo volstonden volgens de aangehaalde rechtspraak onder meer een laattijdig ingediende aangifte met enkel een interne balans, enkele weinig gedetailleerde facturen of uitsluitend de jaarrekening zonder onderliggende boekhouding niet.
Ook andere gegevens kunnen het tegenbewijs ondersteunen, bijvoorbeeld gegevens uit de Kruispuntbank, de RVA, vaststellingen van een gerechtsdeurwaarder of gegevens uit eerdere en latere aanslagjaren.
8. Ook de fiscus mag niet zomaar een bedrag verzinnen
De omkering van de bewijslast wordt soms verkeerd begrepen alsof de fiscus na een aanslag van ambtswege om het even welk bedrag mag belasten en de belastingplichtige vervolgens maar het tegendeel moet bewijzen.
Dat klopt niet. Ook een aanslag van ambtswege mag niet willekeurig zijn.
Volgens de rechtspraak kan van willekeur sprake zijn wanneer de administratie een rechtsdwaling begaat, zich baseert op onjuiste feiten of uit correcte feiten gevolgtrekkingen maakt die niet redelijk kunnen worden verantwoord. Dat onderscheid is belangrijk.
Wanneer een aanslag willekeurig is, moet hij integraal worden vernietigd. Het hof van beroep te Gent bevestigde dit op 10 juni 2003. Ook het hof van beroep te Bergen vernietigde op 12 december 2014 een aanslag waarbij de administratie zich baseerde op onjuiste gegevens waarvan zij bij de vestiging van de aanslag op de hoogte was.
Bijzonder interessant is dat een belastingplichtige die er niet in slaagt zijn exacte belastbare inkomsten te bewijzen, nog steeds kan aantonen dat de berekening van de fiscus willekeurig is. De rechtbank van eerste aanleg te Marche en Famenne bevestigde dit op 16 december 2020.
9. Wanneer is een aanslag van ambtswege nietig?
Omdat de procedure zulke zware gevolgen heeft, zijn verschillende wettelijke waarborgen substantiële vormvereisten.
Een eerste belangrijk geval is de onterechte toepassing van artikel 351 WIB 1992.
Het Hof van Cassatie bevestigde in zijn arrest van 11 juni 2020 (F.19.0036.N) dat wanneer de fiscus de procedure van aanslag van ambtswege gebruikt terwijl de wettelijke voorwaarden daarvoor niet vervuld zijn, niet alleen de omkering van de bewijslast vervalt. De aanslag zelf is integraal nietig.
Ook een onvoldoende gemotiveerde kennisgeving kan tot nietigheid leiden.
Hetzelfde geldt wanneer de fiscus de aanslag te vroeg vestigt en de wettelijke antwoordtermijn niet respecteert zonder dat een uitzondering van toepassing is.
Ten slotte kan ook de schending van artikel 352bis WIB 1992 tot nietigheid leiden wanneer de fiscus niet behoorlijk motiveert waarom hij de opmerkingen van de belastingplichtige verwerpt.
Procedurefouten zijn bij een aanslag van ambtswege dus geen details. Ze kunnen bepalen of de aanslag juridisch überhaupt overeind blijft.
10. Wat met het zwijgrecht?
Hier ontstaat een interessante samenloop met het nemo tenetur-beginsel.
Artikel 351 WIB 1992 laat onder bepaalde voorwaarden een aanslag van ambtswege toe wanneer een belastingplichtige niet antwoordt op gevraagde inlichtingen. Maar wat als die belastingplichtige juist gerechtigd was om te zwijgen omdat zijn antwoorden hem strafrechtelijk zouden kunnen incrimineren?
Volgens bepaalde rechtsleer kan het uitblijven van een antwoord in dat geval niet zomaar via een aanslag van ambtswege worden gesanctioneerd wanneer het beroep op het zwijgrecht gerechtvaardigd is, bijvoorbeeld wanneer de vermoede fraude aanleiding kan geven tot een strafrechtelijke vervolging of administratieve sancties met een repressief karakter.
Dat betekent evenwel niet dat het zwijgrecht een algemeen recht geeft om iedere medewerking te weigeren. Voor reeds bestaande documenten die onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige bestaan, zoals een wettelijk verplichte boekhouding, ligt dat anders.
Meer weten? In ons artikel “Zwijgrecht bij fiscale controle: moet u antwoorden wanneer de fiscus fraude vermoedt?” bespreken we uitgebreid wanneer u verplicht bent mee te werken en wanneer het recht om uzelf niet te incrimineren voorrang kan krijgen.
11. De aanslag van ambtswege inzake BTW
Ook inzake BTW bestaat een procedure van aanslag van ambtswege, maar die wordt afzonderlijk geregeld.
De wettelijke basis bevindt zich in artikel 66 WBTW en KB nr. 9.
De procedure omvat onder meer een voorafgaande kennisgeving van het voornemen om een aanslag op te leggen en vervolgens de beslissing tot oplegging van die aanslag.
Ook hier krijgt de administratie geen vrijgeleide om zomaar een belastbaar bedrag te kiezen. Zij moet aantonen dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en het vermoedelijke belastbare bedrag steunen op een samenhangende en relevante bewijsvoering, gebaseerd op onbetwistbare gegevens of voldoende gewichtige, nauwkeurige en overeenstemmende vermoedens.
12. Wat doet u concreet wanneer u een kennisgeving ontvangt?
Een kennisgeving van aanslag van ambtswege verdient onmiddellijke aandacht.
Controleer eerst waarom de fiscus meent artikel 351 WIB 1992 te mogen toepassen. Heeft u werkelijk niet geantwoord? Was uw aangifte daadwerkelijk laattijdig? Werden de gevraagde documenten correct opgevraagd? Werd de correspondentie naar het juiste adres gestuurd?
Controleer vervolgens de kennisgeving zelf. Vermeldt de fiscus waarom hij de procedure toepast, welk bedrag hij wil belasten en hoe hij tot dat bedrag komt?
Reageer vervolgens tijdig. Zelfs wanneer u niet onmiddellijk alle stukken kunt verzamelen, is het gevaarlijk om een fiscale brief eenvoudig onbeantwoord te laten.
Wanneer de omkering van de bewijslast toch van toepassing wordt, verschuift de aandacht naar het bewijs. Een volledige, samenhangende en controleerbare boekhouding met de onderliggende bewijsstukken wordt dan bijzonder belangrijk.
Ten slotte moet ook de berekening van de fiscus zelf kritisch worden bekeken. Omkering van de bewijslast is geen vrijbrief voor willekeur.
Dat maakt een aanslag van ambtswege tot een procedure met twee afzonderlijke verdedigingslinies: enerzijds kan worden onderzocht of de fiscus de procedure überhaupt rechtsgeldig mocht toepassen, anderzijds kan worden onderzocht of de belastbare grondslag die hij vervolgens heeft vastgesteld juridisch en feitelijk verdedigbaar is. De praktische aandachtspunten volgen rechtstreeks uit de procedure en rechtspraak in het brondocument.
13. Conclusie
Een aanslag van ambtswege is een van de krachtigste instrumenten waarover de fiscus beschikt. Vooral de omkering van de bewijslast kan de positie van de belastingplichtige aanzienlijk verzwaren.
Maar “van ambtswege” betekent niet “naar eigen goeddunken”.
Artikel 351 WIB 1992 bepaalt limitatief wanneer de procedure kan worden toegepast. De fiscus moet zijn voornemen behoorlijk motiveren, de voorgeschreven procedure en antwoordtermijnen respecteren en zijn uiteindelijke berekening mag niet willekeurig zijn.
Net daar liggen belangrijke verdedigingsmogelijkheden.
Het Hof van Cassatie heeft bovendien duidelijk gemaakt dat een onterechte toepassing van de procedure niet alleen gevolgen heeft voor de bewijslast, maar kan leiden tot de integrale nietigheid van de aanslag.
verdere verloop van het dossier wezenlijk beïnvloeden.
Over Aeacus
Aeacus is het go to kantoor voor fiscale procedures en fiscaal strafrecht. Onze advocaten staan particulieren, ondernemingen dagelijks bij tijdens, fiscale controles, berichten van wijziging, aanslagen van ambtswege, bezwaarprocedures en gerechtelijke fiscale geschillen.
Onze meerwaarde ligt in de combinatie van een doorgedreven inhoudelijke fiscale expertise en een uitgebreide kennis van het fiscaal procesrecht. Een fiscaal geschil draait immers niet alleen om de vraag hoeveel belasting verschuldigd is, maar ook om de vraag of de fiscale administratie de wettelijke procedure, onderzoekstermijnen, aanslagtermijnen en andere procedurele waarborgen correct heeft nageleefd.
Hebt u vragen over het zwijgrecht of wenst u ondersteuning bij een lopende fiscale controle? Plan dan gerust een gratis en vrijblijvende afspraak in om uw dossier of concrete vragen met ons te bespreken.
Christophe Romero Senne Verholle


