top of page

Buitenlandse fiscale informatie: mag de fiscus automatisch vijf jaar teruggaan?

11 minuten geleden
3 minuten om te lezen

In het kort

Buitenlandse fiscale informatie geeft de fiscus niet automatisch het recht om vijf of zeven jaar terug te gaan. Volgens het hof van beroep te Antwerpen moet er een concrete link bestaan tussen de ontvangen informatie en de jaren die de fiscus wil onderzoeken. Ontbreekt die link, dan kan de bijzondere onderzoeks- en aanslagtermijn niet worden toegepast.

Buitenlandse informatie over een Amerikaanse rekening

De zaak die aanleiding gaf tot het arrest van 19 mei 2026 betrof belastingplichtigen die inkomsten hadden ontvangen uit Restricted Stock Units (RSU's). Op 25 september 2019 ontving de Belgische belastingadministratie via de Amerikaanse belastingdienst informatie waaruit bleek dat de belastingplichtigen in 2018 houder, titularis of begunstigde waren van financiële rekeningen in de Verenigde Staten.

De administratie stelde vervolgens een onderzoek in en maakte daarbij gebruik van de bijzondere onderzoeks- en aanslagtermijnen van de artikelen 333/2 en 358 WIB 92. Uiteindelijk werden aanvullende aanslagen gevestigd voor de aanslagjaren 2014, 2015 en 2016 wegens niet-aangegeven inkomsten uit RSU's. De centrale vraag was of informatie die betrekking had op inkomstenjaar 2018 de fiscus toeliet om deze bijzondere termijnen ook te gebruiken voor eerdere inkomstenjaren.

Geen algemene mogelijkheid om vijf jaar terug te gaan

Het hof benadrukt dat artikel 358 WIB 92 een uitzondering vormt op de normale aanslagtermijnen en daarom strikt moet worden geïnterpreteerd. Volgens het hof kan uit de wet niet worden afgeleid dat de fiscus, zodra buitenlandse informatie wordt ontvangen, zonder verdere voorwaarden de vijf of zeven voorafgaande jaren mag onderzoeken.

Er moet een voldoende verband bestaan tussen de ontvangen buitenlandse informatie en het daaropvolgende onderzoek. Het onderzoek moet specifiek betrekking hebben op de verkregen buitenlandse informatie, niet alleen wat betreft de aard van de inkomsten, maar ook wat betreft de periode waarop de informatie betrekking heeft. De bijzondere onderzoekstermijn werd volgens het hof ingevoerd om de fiscus toe te laten de juistheid van automatisch ontvangen buitenlandse informatie te controleren. Zij vormt dus geen algemene mogelijkheid om naar aanleiding van dergelijke informatie ook andere inkomsten en andere jaren opnieuw te onderzoeken.

Andere jaren onderzoeken kan wel

Dit betekent niet dat buitenlandse informatie nooit aanleiding kan geven tot een onderzoek naar andere jaren. Het hof verwijst daarvoor naar het arrest van het Grondwettelijk Hof van 17 juli 2025. Daaruit volgt dat het onderzoek en de aanvullende aanslag in beginsel beperkt zijn tot het aanslagjaar waarop de buitenlandse informatie betrekking heeft.

Buitenlandse informatie over één aanslagjaar kan echter ook een onderzoek naar andere aanslagjaren rechtvaardigen wanneer die informatie zelf aanwijzingen bevat dat ook voor die andere jaren belastbare inkomsten niet werden aangegeven. Er moet dus een concrete link bestaan tussen de ontvangen informatie en de bijkomend onderzochte jaren. De enkele omstandigheid dat de fiscus buitenlandse informatie ontvangt, volstaat niet om systematisch de vijf of zeven voorafgaande jaren te onderzoeken.

Aanslagen waren verjaard

In deze zaak bestond die link niet. De Belgische Staat erkende tijdens de procedure dat de ontvangen FATCA-informatie over inkomstenjaar 2018 op zichzelf geen aanwijzingen bevatte dat ook voor eerdere aanslagjaren inkomsten niet waren aangegeven. De informatie over de niet-aangegeven RSU's voor die eerdere jaren kwam pas later aan het licht op basis van andere gegevens die de administratie had verzameld. Bovendien bleek dat de administratie al eerder informatie had ontvangen over het bestaan van de buitenlandse rekeningen.

Het hof besloot daarom dat de bijzondere onderzoeks- en aanslagtermijnen niet konden worden gebruikt voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2016. De aanvullende aanslagen waren bijgevolg verjaard en werden vernietigd. Omdat de vernietiging wegens verjaring gebeurde, kon de fiscus evenmin gebruikmaken van de mogelijkheid om een subsidiaire aanslag voor te leggen op grond van artikel 356 WIB 92.

Belang voor internationale gegevensuitwisseling

Het arrest is relevant in een context waarin belastingadministraties steeds meer financiële informatie automatisch met elkaar uitwisselen. De ontvangst van buitenlandse informatie geeft de fiscus belangrijke bijkomende onderzoeks- en aanslagmogelijkheden, maar vormt geen vrijgeleide om automatisch meerdere voorgaande jaren opnieuw te onderzoeken.

In beginsel moet het onderzoek aansluiten bij het jaar waarop de ontvangen buitenlandse informatie betrekking heeft. Wil de fiscus ook eerdere jaren onderzoeken met toepassing van deze bijzondere termijnen, dan moeten de ontvangen buitenlandse gegevens zelf voldoende aanwijzingen bevatten dat ook tijdens die eerdere jaren belastbare inkomsten niet werden aangegeven.

Dat uitgangspunt kan de komende jaren verder aan belang winnen naarmate de internationale automatische gegevensuitwisseling wordt uitgebreid, onder meer voor cryptoactiva.

Over Aeacus

Aeacus is een advocatenkantoor gespecialiseerd in fiscale procedures en fiscale geschillen. Wij begeleiden belastingplichtigen tijdens fiscale controles en onderzoeken, bij betwistingen met de belastingadministratie en in procedures voor de fiscale rechtbanken en hoven van beroep.

Heeft u vragen over een fiscale controle, aanslag of lopende fiscale procedure? Neem gerust contact met ons op voor een eerste bespreking van uw dossier.

 
 

CONTACT

Aeacus Lawyers staat tot uw dienst voor al uw juridische vragen. U kan met ons geheel vrijblijvend contact opnemen via het onderstaande e-mailadres of door het onderstaande formulier in te vullen. Wij komen zo spoedig mogelijk bij u terug. 

bottom of page