COIV beslag op bankrekening bij witwassen en fiscale fraude: regels, procedure en gevolgen
- Aeacus Lawyers

- 3 dagen geleden
- 12 minuten om te lezen
In het kort Het kan gebeuren dat je bankrekening plots wordt geblokkeerd of dat het beschikbare saldo na een strafrechtelijk beslag wordt overgemaakt naar het COIV. Dit kan onder meer voorkomen bij onderzoeken naar witwassen, fiscale fraude en andere financiële misdrijven. Het COIV beheert de in beslag genomen gelden, terwijl de beslissing tot beslag in principe door de bevoegde gerechtelijke autoriteiten wordt genomen. Zo’n beslag kan zeer ingrijpend zijn en plaatsvinden voordat er een definitieve veroordeling is. In dit artikel leggen we uit wanneer dit kan gebeuren, hoe een CFI melding een onderzoek op gang kan brengen, wat er met het geld gebeurt en hoe je tegen een beslag kunt optreden. |
Inleiding
Aeacus Tax Lawyers is gespecialiseerd in fiscaal strafrecht, fiscale fraude en witwasdossiers. We worden soms gecontacteerd door cliënten die denken dat ze zijn opgelicht omdat hun bankrekening plots geblokkeerd is of erger het saldo geheel of gedeeltelijk verdwenen is. Na onderzoek blijkt soms dat er geen sprake is van fraude, maar van een strafrechtelijk beslag waarbij het COIV betrokken is. Voor de cliënt is dat doorgaans weinig troost.
Het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring (COIV) speelt een belangrijke rol bij het beheer van in beslag genomen vermogensbestanddelen. Bij strafonderzoeken naar onder meer witwassen en fiscale fraude kunnen banktegoeden worden geblokkeerd en in beslag genomen.
In dit artikel leggen we uit hoe zo'n beslag tot stand komt, welke rol het COIV en de CFI spelen, wat er met het geld gebeurt en welke rechtsmiddelen bestaan. Een strafrechtelijk beslag is een ernstige maatregel. Gespecialiseerde juridische bijstand is daarom sterk aangewezen.

Inhoudstafel
1. Wat is het COIV?
Het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, afgekort COIV, is een orgaan van het Openbaar Ministerie dat gespecialiseerd is in het beheer en de recuperatie van vermogensbestanddelen die in het kader van strafzaken in beslag worden genomen of verbeurd worden verklaard.
Het COIV werd opgericht in 2003. De huidige wettelijke grondslag is de Wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 26 februari 2018.
Het COIV vervult verschillende functies. Het staat onder meer in voor het beheer van bepaalde in beslag genomen vermogensbestanddelen als Asset Management Office (AMO) en vervult opdrachten op het vlak van asset recovery. Daarnaast verleent het advies en operationele ondersteuning, organiseert het opleidingen en faciliteert het internationale samenwerking bij het opsporen en recupereren van vermogensbestanddelen.
Het is belangrijk om meteen een vaak voorkomend misverstand weg te nemen. Het COIV beslist niet zomaar zelfstandig om iemands bankrekening in beslag te nemen of leeg te halen. De beslissing tot inbeslagneming wordt genomen binnen een strafrechtelijk onderzoek door de bevoegde gerechtelijke autoriteiten. Het COIV komt vervolgens tussen bij het beheer en de verdere afhandeling van bepaalde in beslag genomen vermogensbestanddelen.
De financiële omvang daarvan is aanzienlijk. In 2025 bevond zich volgens gepubliceerde cijfers meer dan 148 miljoen euro aan in beslag genomen geldsommen op de bankrekening van het COIV. Daarnaast bedroeg de cryptovalutaportefeuille van het COIV ruim 20 miljoen euro.
2. Wat zijn vermogensbestanddelen en banktegoeden?
De COIV wet gebruikt een ruim begrip van het woord "vermogensbestanddeel". Volgens artikel 3, 1° van de COIV wet gaat het om een roerend of onroerend, lichamelijk of onlichamelijk goed dat vatbaar is voor inbeslagneming of verbeurdverklaring en wettelijk kan worden verkocht.
Daaronder kunnen onder meer contant geld, banktegoeden, voertuigen, vastgoed, effecten, cryptovaluta en andere vermogensbestanddelen vallen. Ook het creditsaldo op een bankrekening valt onder dit begrip.
Juridisch gezien wordt bij een beslag op een bankrekening niet letterlijk de rekening zelf in beslag genomen. Het beslag heeft betrekking op de schuldvordering die de rekeninghouder tegenover zijn bank bezit. De bank is immers het bedrag op de rekening verschuldigd aan haar cliënt.
Het begrip inbeslagneming in de COIV wet is bovendien niet beperkt tot een klassiek beslag tijdens een strafonderzoek.
3. Wie kan beslag leggen op een bankrekening?
Tijdens een opsporingsonderzoek kan de procureur des Konings op grond van artikel 35 van het Wetboek van Strafvordering overgaan tot inbeslagneming wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Tijdens een gerechtelijk onderzoek beschikt ook de onderzoeksrechter over beslagbevoegdheden, onder meer op grond van artikel 89 Sv.
Ook politiediensten beschikken binnen hun opdrachten van gerechtelijke politie over bevoegdheden inzake inbeslagneming. Daarbij gelden evenwel de regels inzake gerechtelijk toezicht en informatie aan de bevoegde magistraat.
Een strafrechtelijk beslag is in beginsel een bewarende maatregel en geen straf. Dat onderscheid is essentieel. Wanneer een bankrekening in beslag wordt genomen, betekent dit niet dat de rekeninghouder reeds schuldig is bevonden aan witwassen, fiscale fraude of een ander misdrijf.
Het doel van het beslag is onder meer te voorkomen dat goederen of geld verdwijnen terwijl het strafonderzoek nog loopt. De bevoegde magistraat beschikt daarbij over een appreciatiebevoegdheid en moet rekening houden met de finaliteit en proportionaliteit van de maatregel.
4. Hoe verloopt de bevriezing en het beslag op een bankrekening?
Voor de houder van een bankrekening kan een strafrechtelijk beslag als een donderslag bij heldere hemel komen. Dat is niet toevallig. Om de maatregel doeltreffend te maken, wordt de rekeninghouder doorgaans niet vooraf gewaarschuwd. Indien hij vooraf kennis zou krijgen van een nakend beslag, bestaat immers het risico dat de tegoeden worden opgenomen, overgeschreven of op een andere manier buiten het bereik van het gerecht worden gebracht.
De procureur des Konings bepaalt zelf de termijn van de bevriezing; die kan niet langer zijn dan de periode die loopt van het ogenblik waarop de bank kennisneemt van de vordering tot vijf werkdagen na de kennisgeving van de gevraagde gegevens door die bank aan de procureur. Na die termijn is enkel nog een formeel beslag mogelijk
Tijdens deze fase gelden bovendien geheimhoudingsverplichtingen. De bank kan haar cliënt dus niet zomaar informeren over de maatregel. Voor de rekeninghouder kan het gevolg zijn dat hij plots vaststelt dat hij niet langer over zijn geld kan beschikken, zonder dat onmiddellijk duidelijk is waarom.
Het formele beslag op het banktegoed wordt onder meer geregeld door artikel 37 Sv. Juridisch gaat het om een derdenbeslag. De bank is de derde beslagene en krijgt via een schriftelijke kennisgeving het bevel om de getroffen tegoeden niet langer ter beschikking te stellen. Artikel 37, § 4 Sv. en artikel 1452 Ger.W. bevatten daarbij belangrijke procedurele voorschriften.
De bank moet vervolgens een verklaring van derde beslagene afleggen over de betrokken tegoeden. Voor de rekeninghouder kan de maatregel dus zeer plotseling zichtbaar worden, terwijl de juridische procedure achter de schermen al (lang) in gang is gezet.
5. Wat gebeurt er met het geld na het beslag?
Wanneer een creditsaldo op een bankrekening strafrechtelijk in beslag wordt genomen, voorziet artikel 15, § 2 van de COIV wet in beginsel in de overdracht van de in beslag genomen geldsom naar het COIV, tenzij de bevoegde magistraat anders beslist.
Het COIV beheert de ontvangen geldsommen vervolgens overeenkomstig zijn wettelijke opdracht. Artikel 8, § 2 van de COIV wet bevat regels over het beheer van deze gelden. Ze kunnen onder meer worden aangehouden bij een erkende financiële instelling of via de daarvoor wettelijk voorziene structuren.
Een financiële instelling die willens en wetens weigert gevolg te geven aan de wettelijke verplichtingen kan onder de voorwaarden van de COIV wet worden gesanctioneerd. De wet voorziet daarbij in geldboetes.
Daarnaast bevat artikel 32 van de COIV wet een regeling die relevant kan zijn wanneer in beslag genomen geld uiteindelijk moet worden teruggegeven. Onder bepaalde voorwaarden kunnen openbare schulden van de beslagene, zoals fiscale of sociale schulden, in rekening worden gebracht voordat het resterende bedrag wordt terugbetaald.
Het is daarom belangrijk om drie fasen uit elkaar te houden. Eerst wordt het beslag bevolen door de bevoegde gerechtelijke autoriteit. Vervolgens kan het COIV instaan voor het beheer van de betrokken vermogensbestanddelen. Pas later wordt beslist of het vermogen moet worden teruggegeven of definitief verbeurd wordt verklaard.
6. Wanneer speelt het COIV een rol bij witwassen en fiscale fraude?
Witwassen en fiscale fraude zijn twee afzonderlijke juridische begrippen. Fiscale fraude is dus niet automatisch hetzelfde als witwassen. Fiscale fraude kan echter wel vermogensvoordelen opleveren die vervolgens het voorwerp kunnen vormen van een witwasmisdrijf.
De klassieke strafrechtelijke basis voor witwassen bevindt zich in artikel 505 Sw. De witwasbepalingen zijn ruimer dan het klassieke beeld waarbij zwart geld via ingewikkelde constructies opnieuw in de legale economie wordt gebracht.
Afhankelijk van de toepasselijke witwasvorm kunnen verschillende handelingen met illegale vermogensvoordelen strafbaar zijn. Daarbij kan het onder meer gaan om het kopen, ontvangen, bezitten, bewaren, beheren, omzetten of overdragen van bepaalde vermogensvoordelen en om handelingen waarmee de illegale oorsprong, aard, vindplaats, verplaatsing of eigendom ervan wordt verborgen of verhuld.
Bij fiscale fraude moet het onderscheid zorgvuldig worden gemaakt. Stel bijvoorbeeld dat iemand door frauduleus belastbare inkomsten te verzwijgen een illegaal vermogensvoordeel verkrijgt. De fiscale fraude vormt dan het mogelijke basismisdrijf. Wanneer vervolgens met dat vermogensvoordeel handelingen worden gesteld die voldoen aan de wettelijke bestanddelen van artikel 505 Sw., kan daarnaast sprake zijn van witwassen.
Ook fiscale vermogensvoordelen kunnen onder de wettelijke voorwaarden voor bijzondere verbeurdverklaring in aanmerking komen. De toepasselijkheid van de artikelen 42 en 43bis Sw. op vermogensvoordelen uit fiscale fraude werd ook in de rechtspraak van het Hof van Cassatie behandeld, waaronder Cass. 22 oktober 2003.
Het is evenwel te verregaand om daaruit af te leiden dat ieder bedrag dat verband houdt met een fiscale onregelmatigheid automatisch kan worden beschouwd als witgewassen vermogen. Er moet steeds worden onderzocht welke strafbare feiten worden vermoed, welk vermogensvoordeel daaruit zou zijn voortgekomen en aan welke wettelijke voorwaarden voor beslag, witwassen en verbeurdverklaring is voldaan.
7. Wat is beslag bij equivalent?
Bij financiële criminaliteit kan het oorspronkelijke illegale vermogensvoordeel op het ogenblik van het strafonderzoek al verdwenen, uitgegeven, overgeschreven of vermengd zijn met ander vermogen. Dat betekent niet noodzakelijk dat beslag onmogelijk wordt.
Artikel 35ter Sv. voorziet onder de wettelijke voorwaarden in beslag bij equivalent. Daarbij kan het gerecht beslag leggen op andere vermogensbestanddelen van de verdachte, ook wanneer net die goederen niet rechtstreeks afkomstig zijn uit het vermoedelijke misdrijf. Het beslag wordt dan gelegd tot beloop van de geschatte waarde van het vermogensvoordeel dat men later eventueel wil verbeurdverklaren.
Stel bijvoorbeeld dat het gerecht vermoedt dat iemand door fraude een vermogensvoordeel van 200.000 euro heeft verkregen. Het geld zelf is inmiddels verdwenen en staat niet meer op zijn bankrekening. De verdachte beschikt wel nog over 80.000 euro spaargeld, een effectenrekening van 70.000 euro en een voertuig met een waarde van 50.000 euro.
Onder de voorwaarden van artikel 35ter Sv. kan beslag bij equivalent worden gelegd op die andere vermogensbestanddelen, tot de relevante geschatte waarde. Het belangrijke gevolg is dus dat het gerecht niet noodzakelijk precies de oorspronkelijke "illegale euro's" moet terugvinden. Ook vermogen met een op zichzelf legale oorsprong kan door een beslag bij equivalent worden getroffen om een eventuele latere verbeurdverklaring veilig te stellen.
Dit mechanisme is bijzonder belangrijk bij onderzoeken naar fraude, witwassen en andere vormen van vermogenscriminaliteit. Het voorkomt dat een verdachte een latere vermogenssanctie eenvoudig onmogelijk zou kunnen maken door het oorspronkelijke vermogensvoordeel tijdig te verplaatsen of uit te geven.
8. Wanneer kan vermogen verbeurd worden verklaard?
Beslag en verbeurdverklaring zijn juridisch niet hetzelfde. Een beslag is in beginsel een voorlopige maatregel. Een verbeurdverklaring is daarentegen een vermogenssanctie die door de rechter wordt uitgesproken.
De bijzondere verbeurdverklaring wordt onder meer geregeld door artikel 42 Sw. Deze bepaling heeft betrekking op verschillende categorieën van goederen en vermogensvoordelen die verband houden met een misdrijf.
Artikel 43bis Sw. is vervolgens van belang voor de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen en de waardebepaling daarvan. Wanneer de oorspronkelijke vermogensvoordelen niet meer kunnen worden aangetroffen, kan onder de wettelijke voorwaarden een verbeurdverklaring bij equivalent worden uitgesproken.
Bij witwassen bevat artikel 505 Sw. bovendien bijzondere regels inzake verbeurdverklaring. Voor bepaalde witwasmisdrijven is de verbeurdverklaring van het voorwerp van het witwasmisdrijf wettelijk verplicht.
Dit verklaart waarom het gerecht reeds tijdens het strafonderzoek geïnteresseerd kan zijn in het vermogen van de verdachte. Indien men pas na een definitieve veroordeling zou proberen het betrokken vermogen terug te vinden, bestaat het risico dat dit vermogen inmiddels verdwenen is.
Na een definitieve veroordeling en verbeurdverklaring spelen verschillende overheidsdiensten een rol bij de uitvoering. De FOD Financiën staat onder meer in voor bepaalde invorderingstaken, terwijl het COIV binnen zijn wettelijke bevoegdheden betrokken kan zijn bij het beheer, de verkoop en de bestemming van in beslag genomen en verbeurdverklaarde vermogensbestanddelen.
9. Kan je een beslag laten opheffen?
Een strafrechtelijk beslag hoeft niet noodzakelijk gedurende de volledige strafprocedure behouden te blijven. De wet voorziet procedures waarmee een belanghebbende om de opheffing van het beslag kan verzoeken.
Tijdens het opsporingsonderzoek kan een verzoek tot opheffing worden gericht aan de procureur des Konings op grond van artikel 28sexies Sv. Wanneer een gerechtelijk onderzoek loopt, kan een verzoek worden gericht aan de onderzoeksrechter op grond van artikel 61quater Sv. Tegen bepaalde beslissingen staat vervolgens hoger beroep open bij de kamer van inbeschuldigingstelling (KI).
In theorie beschikt de beslagene dus over duidelijke rechtsmiddelen. In de praktijk is enige voorzichtigheid echter geboden. Uit onze ervaring bij Aeacus Tax Lawyers blijkt dat een verzoek tot volledige opheffing van een beslag vaak weinig indruk maakt en slechts uitzonderlijk wordt ingewilligd, zeker wanneer het strafonderzoek nog volop loopt en het gerecht het beslag noodzakelijk acht om een eventuele latere verbeurdverklaring veilig te stellen.
Dat betekent niet dat een verzoek zinloos is. De noodzaak, omvang en proportionaliteit van het beslag kunnen worden betwist. Ook kan in een concreet dossier worden onderzocht of een gedeeltelijke vrijgave of andere oplossing mogelijk is. Een goed onderbouwd verzoek is daarbij aanzienlijk sterker dan een loutere verwijzing naar de financiële hinder die het beslag veroorzaakt.
Ook de duur van het beslag kan relevant worden. Artikel 6.1 EVRM en het recht op behandeling binnen een redelijke termijn kunnen een rol spelen wanneer een strafonderzoek en het daaraan gekoppelde beslag zeer lang aanslepen. Een beslag dat oorspronkelijk gerechtvaardigd was, mag dus niet zonder meer onbeperkt worden gehandhaafd.
10. Van COIV naar FIOD: wat staat er te veranderen?
Het federale regeerakkoord 2024 tot 2029 voorziet in hervormingen op het vlak van financiële en fiscale opsporing. Een van de aangekondigde maatregelen is de ontwikkeling van een multidisciplinaire fiscale en financiële opsporingsdienst, doorgaans aangeduid als FIOD.
Volgens de aangekondigde plannen zou het COIV in deze nieuwe structuur worden geïntegreerd en verder evolueren richting een federaal incassomodel. Daarbij zou ook worden bekeken welke financiële en administratieve beheerstaken bij de FOD Financiën kunnen worden ondergebracht.
Dat betekent niet dat de uitvoerende macht zelf zou kunnen beslissen over schuld of verbeurdverklaring. Gerechtelijke beslissingen over strafrechtelijke aansprakelijkheid, beslag en definitieve verbeurdverklaring blijven onderworpen aan het toepasselijke strafprocesrecht en de bevoegdheden van de rechterlijke macht.
De hervormingsplannen moeten bovendien worden onderscheiden van reeds geldend recht. Een maatregel uit een regeerakkoord is niet automatisch van toepassing. Voor de concrete gevolgen moet worden gekeken naar de wetgeving waarmee de aangekondigde hervormingen daadwerkelijk worden uitgevoerd.
11. Hoe gaat de bal aan het rollen? Van verdachte transactie tot strafonderzoek
Een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen of fiscale fraude begint niet noodzakelijk met een inval, een verhoor of een beslag op een bankrekening. Vaak gaat daar een fase van informatievergaring en analyse aan vooraf. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI).
De CFI is de Belgische Financial Intelligence Unit (FIU) en staat centraal in het preventieve antiwitwassysteem. Zij ontvangt en analyseert informatie over geldmiddelen, verrichtingen en feiten waarbij een vermoeden van witwassen of financiering van terrorisme bestaat.
Banken en andere aan de antiwitwaswet onderworpen entiteiten moeten hun cliënten en hun verrichtingen voortdurend monitoren. Daarbij gaan zij na of de verrichtingen aansluiten bij het profiel van de cliënt, diens risicoprofiel en, waar relevant, het doel en de aard van de zakelijke relatie. Wanneer een verrichting als atypisch wordt geïdentificeerd, moet deze aan een specifieke analyse worden onderworpen om na te gaan of er aanwijzingen zijn dat zij verband houdt met witwassen van geld of financiering van terrorisme.
Een atypische verrichting is echter niet automatisch een witwasmisdrijf. Evenmin betekent een grote overschrijving, cashstorting of internationale betaling op zichzelf dat sprake is van witwassen. De verrichting moet worden beoordeeld in het licht van onder meer het profiel van de cliënt, de economische achtergrond en andere beschikbare informatie.
Wanneer een onderworpen entiteit na haar analyse weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat geldmiddelen, een verrichting of een feit verband houdt met witwassen of financiering van terrorisme, ontstaat in beginsel een meldingsplicht bij de CFI.
Deze verplichting is onder meer opgenomen in artikel 47 van de Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, hierna de antiwitwaswet.
Belangrijk is dat de melder niet eerst zelf moet bewijzen welk concreet misdrijf aan het geld ten grondslag ligt. Een bank hoeft dus niet eerst te bewijzen dat haar cliënt fiscale fraude heeft gepleegd voordat een vermoeden bij de CFI kan worden gemeld.
112 Conclusie
Een strafrechtelijk beslag op een bankrekening is een bijzonder ingrijpende maatregel. Hoewel het voor de rekeninghouder als een donderslag bij heldere hemel kan komen, wordt een dergelijke maatregel in de regel niet lichtzinnig genomen. Aan een strafrechtelijk beslag ligt doorgaans een onderzoek of informatievergaring ten grondslag waarbij reeds informatie werd verzameld en onderzocht. Zeker in dossiers rond witwassen en fiscale fraude kan daarbij uitgebreid onderzoek zijn verricht naar transacties, bankrekeningen, vennootschappen en de oorsprong van vermogensbestanddelen.
Het COIV speelt vervolgens een centrale rol bij het beheer van bepaalde in beslag genomen vermogensbestanddelen. Een beslag betekent evenwel nog geen veroordeling. Uiteindelijk zal moeten blijken of het beslag wordt opgeheven dan wel of de betrokken vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk verbeurd worden verklaard.
Wie met een dergelijk beslag wordt geconfronteerd, bevindt zich doorgaans al in een ernstig strafrechtelijk dossier. Gespecialiseerde juridische bijstand is in dat stadium dan ook quasi noodzakelijk. Niet alleen moet worden onderzocht waarom het beslag werd gelegd, maar ook of de wettelijke voorwaarden zijn nageleefd, of de omvang ervan gerechtvaardigd is en welke mogelijkheden bestaan om het beslag aan te vechten.
Over Aeacus
Aeacus is het go to kantoor voor fiscaal strafrecht . We hebben uitgebreide ervaring met fiscaal strafrecht, witwasdossiers, fiscale fraude en strafrechtelijk vermogensbeslag.
Werd uw bankrekening geblokkeerd of werden gelden in beslag genomen door het gerecht?Plan dan gerust een gratis en vrijblijvende afspraak in om uw dossier of concrete vragen met ons te bespreken.
Christophe Romero Senne Verholle


