Verjaring van fiscale schulden. Wanneer kan u zich erop beroepen?
- Aeacus Lawyers

- 2 jul
- 9 minuten om te lezen
Snel antwoord Een fiscale schuld verjaart niet automatisch. De fiscus beschikt over wettelijke termijnen waarbinnen hij een belasting moet vestigen en invorderen. Wanneer die termijnen worden overschreden, kan de belastingplichtige zich op de verjaring beroepen. Dat betekent echter niet dat elke oude belastingschuld automatisch is verjaard. De fiscus kan de verjaring immers stuiten of schorsen, waardoor de termijn wordt verlengd. Een succesvol verjaringsverweer vereist daarom steeds een grondige analyse van het volledige fiscale dossier. |
Inhoud

Wat is de verjaring van een fiscale schuld?
De verjaring van een fiscale schuld houdt in dat de overheid na het verstrijken van een wettelijke termijn haar recht verliest om een belasting te vestigen of een reeds gevestigde belastingschuld nog in te vorderen. De wetgever wil hiermee vermijden dat belastingplichtigen gedurende een onbeperkte periode in onzekerheid blijven over hun fiscale situatie.
Het Belgische belastingrecht maakt daarbij een fundamenteel onderscheid tussen de aanslagtermijn en de invorderingsverjaring. De aanslagtermijn bepaalt binnen welke termijn de fiscus een belasting rechtsgeldig kan vestigen. De invorderingsverjaring speelt pas nadat een aanslag werd gevestigd en bepaalt hoe lang de overheid beschikt om die belastingschuld effectief in te vorderen.
Dat onderscheid is belangrijk. Een belasting kan immers tijdig zijn gevestigd, terwijl de invordering jaren later alsnog verjaard blijkt te zijn. Omgekeerd kan een belastingplichtige zich niet beroepen op de invorderingsverjaring wanneer de discussie eigenlijk betrekking heeft op de geldigheid van de aanslag zelf.
Een fiscale schuld verjaart bovendien niet automatisch. De belastingplichtige zal de verjaring tijdig moeten inroepen, terwijl de fiscus kan aantonen dat de verjaring werd gestuit of geschorst. De vraag of een belastingschuld verjaard is, kan dan ook zelden worden beantwoord door enkel het aantal verstreken jaren te tellen.
Welke verjaringstermijnen gelden in het Belgische belastingrecht?
Het Belgische belastingrecht kent geen uniforme verjaringstermijn. De toepasselijke termijn hangt af van het type belasting, de aard van de procedure en in sommige gevallen ook van de concrete omstandigheden van het dossier.
De wet voorziet evenwel in verschillende uitzonderingen. Wanneer geen of een laattijdige aangifte werd ingediend, wordt de gewone termijn van drie jaar verlengd tot vijf jaar. Wanneer de fiscus aanwijzingen heeft van belastingontduiking bedraagt de aanslagtermijn zeven jaar. Wanneer de fiscus gebruik maakt van buitenlandse juridische constructies of gegevens die niet spontaan werden meegedeeld, kan een termijn van tien jaar van toepassing zijn. Deze verlengde termijnen zijn aan strikte wettelijke voorwaarden onderworpen en kunnen op hun beurt worden betwist.
Ook voor de btw gelden eigen verjaringstermijnen, terwijl voor de invordering van belastingschulden opnieuw andere regels gelden. Het is daarom belangrijk om eerst vast te stellen over welke belasting en over welke fase van de procedure het precies gaat.
In de praktijk worden aanslagtermijnen en invorderingsverjaring nog regelmatig door elkaar gehaald. Dat onderscheid is nochtans essentieel, aangezien beide termijnen een verschillend doel hebben en aan afzonderlijke wettelijke regels zijn onderworpen.
Wanneer begint de verjaringstermijn van te lopen?
Het beginpunt van de verjaringstermijn hangt af van de toepasselijke belasting en van de vraag of het gaat om de aanslagtermijn dan wel de invorderingsverjaring. Een correcte berekening begint dan ook steeds met de identificatie van de juiste wettelijke regeling.
Voor de inkomstenbelastingen begint de gewone aanslagtermijn in principe te lopen op 1 januari van het aanslagjaar. Voor de invordering geldt een verjaringstermijn van vijf jaar, die in de regel begint te lopen vanaf de datum van de inkohiering, dit is het moment waarop de aanslag uitvoerbaar wordt verklaard. Voor gemeentebelastingen geldt op grond van het decreet van 30 mei 2008 eveneens een invorderingstermijn van vijf jaar.
Hoewel deze regels op het eerste gezicht eenvoudig lijken, ontstaan in de praktijk regelmatig discussies over het exacte beginpunt van de verjaring. Dat is onder meer het geval wanneer eerdere administratieve of gerechtelijke procedures een invloed hebben op de verdere berekening van de termijn. Een correcte analyse vereist daarom steeds een volledig overzicht van het verloop van het dossier.
Hoe kan de verjaring worden gestuit?
Een verjaringstermijn loopt niet noodzakelijk ononderbroken verder. De wet voorziet immers in verschillende gevallen waarin de verjaring wordt gestuit. Een stuiting heeft tot gevolg dat de reeds verstreken termijn verloren gaat en een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen.
In het fiscale recht kan de verjaring onder meer worden gestuit door een dwangbevel, een betekening of een andere invorderingshandeling die de wet als stuitingsgrond erkent. Ook een erkenning van de belastingschuld door de belastingplichtige zelf kan, afhankelijk van de concrete omstandigheden, een stuitende werking hebben.
De gevolgen van een stuiting worden vaak onderschat. Het is immers niet omdat een belasting al enkele jaren geleden werd gevestigd, dat de invordering automatisch verjaard is. Wanneer de fiscus tijdig een geldige stuitingshandeling heeft gesteld, begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen.
Om die reden volstaat het niet om enkel na te gaan hoeveel tijd is verstreken sinds de belasting werd gevestigd. Even belangrijk is de vraag of de fiscus tijdens die periode geldige stuitingshandelingen heeft verricht.
Hoe kan de verjaring worden geschorst?
Naast een stuiting kan de verjaring ook worden geschorst. In dat geval begint geen nieuwe verjaringstermijn te lopen, maar wordt de lopende termijn tijdelijk onderbroken. Zodra de schorsingsgrond verdwijnt, loopt de resterende termijn verder.
De wet voorziet verschillende situaties waarin de verjaring kan worden geschorst. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een bezwaar- of gerechtelijke procedure aanhangig is. Tijdens die periode beschikt de fiscus in principe niet over de volledige mogelijkheid om de belastingschuld in te vorderen, waardoor de wetgever de verjaring tijdelijk stilzet.
Het onderscheid tussen een stuiting en een schorsing is juridisch belangrijk. Een stuiting doet immers een volledig nieuwe verjaringstermijn ontstaan, terwijl bij een schorsing enkel de resterende termijn verder loopt nadat de schorsing is geëindigd.
Bij de beoordeling van een mogelijk verjaringsverweer moeten beide mechanismen in rekening worden gebracht. Een belastingschuld die op het eerste gezicht verjaard lijkt, blijkt in de praktijk vaak nog invorderbaar omdat de verjaring tijdig werd gestuit of gedurende een bepaalde periode werd geschorst.
Kan verjaring worden ingeroepen als verweer?
Ja. Wanneer de toepasselijke verjaringstermijn is verstreken, kan de belastingplichtige de verjaring inroepen als verweer. Dat kan zowel in een administratieve bezwaarprocedure als in een gerechtelijke procedure, afhankelijk van de fase waarin het dossier zich bevindt.
Een beroep op de verjaring wordt evenwel niet automatisch aanvaard. De belastingplichtige zal moeten aantonen dat de wettelijke termijn is verstreken, terwijl de fiscus de mogelijkheid behoudt om aan te tonen dat de verjaring tijdig werd gestuit of geschorst.
Een succesvol verjaringsverweer vereist daarom een grondige analyse van het volledige dossier. Niet alleen de toepasselijke termijn is daarbij van belang, maar ook alle administratieve en gerechtelijke handelingen die tijdens die termijn werden gesteld.
Wat als de overheid de verjaringstermijn overschrijdt?
Wanneer de fiscus een aanslag vestigt of een belastingschuld invordert nadat de toepasselijke verjaringstermijn is verstreken, kan dit belangrijke gevolgen hebben. Afhankelijk van de concrete situatie kan een laattijdige aanslag worden vernietigd of kan een invorderingshandeling haar rechtsgevolgen verliezen.
Een overschrijding van de verjaring leidt echter niet automatisch tot het verval van de belastingschuld. De belastingplichtige zal de verjaring tijdig moeten aanvoeren en de fiscus krijgt de mogelijkheid om aan te tonen dat de termijn werd gestuit of geschorst.
Precies daarom is een correcte berekening van de verjaring essentieel. Een verschil van enkele dagen of een vergeten stuitingshandeling kan bepalend zijn voor de uitkomst van het geschil. Daardoor vergt een verjaringsverweer vaak een grondige reconstructie van het volledige verloop van het dossier.
Gevolgen van de verjaring?
Wanneer een aanslag- of invorderingstermijn is verstreken en de fiscus niet langer over een geldige wettelijke grond beschikt om een belasting te vestigen of in te vorderen, kan dat verstrekkende gevolgen hebben. Met andere woorden: de belasting is dan niet (langer) verschuldigd.
Dat betekent echter niet dat iedere oude belastingschuld automatisch verjaard is. Elke aanslag- en invorderingstermijn is aan specifieke wettelijke voorwaarden onderworpen. Bovendien kan de fiscus zich in bepaalde gevallen beroepen op een verlenging van de aanslagtermijn of op een geldige stuiting of schorsing van de verjaring.
Precies daarom volstaat het niet om enkel na te gaan hoeveel tijd is verstreken. Er moet worden onderzocht welke termijn van toepassing is, welke voorwaarden daarvoor gelden en of de fiscus deze voorwaarden daadwerkelijk heeft nageleefd. Wanneer dat niet het geval is, kan de belasting geheel of gedeeltelijk vervallen.
In de praktijk blijkt dat hierover regelmatig discussie ontstaat. De fiscus neemt niet zelden het standpunt in dat een verlengde aanslagtermijn van toepassing is of dat de verjaring tijdig werd gestuit of geschorst. Dat standpunt is echter niet altijd juridisch correct. Een kritische analyse van het volledige dossier kan dan ook het verschil maken tussen een belasting die alsnog moet worden betaald en een aanslag die volledig wordt vernietigd.
Veelvoorkomende fouten van belastingplichtigen
Een eerste veelvoorkomende fout is de veronderstelling dat een fiscale schuld automatisch verjaart na verloop van een bepaald aantal jaren. Dat is onjuist. De verjaring moet tijdig worden ingeroepen en de fiscus kan zich onder bepaalde voorwaarden beroepen op een geldige stuiting of schorsing van de verjaringstermijn.
Daarnaast maken belastingplichtigen vaak geen onderscheid tussen de verschillende fiscale termijnen. De aanslagtermijn, de onderzoekstermijn en de invorderingsverjaring hebben elk een eigen doel, een eigen aanvangspunt en eigen wettelijke voorwaarden. Een beroep op de verkeerde termijn leidt dan ook vaak tot een onjuist juridisch standpunt.
Een andere fout bestaat erin uitsluitend de inhoud van de aanslag te beoordelen, zonder na te gaan of de fiscus de wettelijke procedure correct heeft gevolgd. Nochtans kan een belasting niet alleen onterecht zijn omdat de feiten of de wet verkeerd werden toegepast, maar ook omdat de fiscus de toepasselijke onderzoekstermijnen, aanslagtermijnen of andere procedurele waarborgen niet heeft nageleefd.
Ten slotte wachten belastingplichtigen vaak te lang om juridisch advies in te winnen. Wanneer de toepasselijke termijnen zijn verstreken of een bepaald verweer niet tijdig werd opgeworpen, kan het aanzienlijk moeilijker worden om een aanslag nog met succes aan te vechten.
Besluit aangaande de verjaring van fiscale schulden
De verjaring van fiscale schulden is aanzienlijk complexer dan vaak wordt aangenomen. Niet alleen de toepasselijke aanslag en invorderingstermijnen zijn van belang, ook de voorwaarden waaronder deze termijnen kunnen worden verlengd, gestuit of geschorst verdienen bijzondere aandacht. Elke termijn kent immers haar eigen wettelijke voorwaarden, die door de fiscus strikt moeten worden nageleefd.
Wordt een aanslag gevestigd of een belastingschuld ingevorderd nadat een wettelijke termijn is verstreken, of beroept de fiscus zich ten onrechte op een verlengde termijn, een stuiting of een schorsing, dan kan dat verstrekkende gevolgen hebben. Met andere woorden: de belasting kan geheel of gedeeltelijk vervallen, waardoor u deze niet langer verschuldigd bent.
In de praktijk stellen wij vast dat de toepasselijke termijnen en hun voorwaarden regelmatig aanleiding geven tot discussie. Een grondige juridische analyse van het volledige fiscale dossier kan dan ook het verschil maken tussen een belasting die rechtsgeldig verschuldigd is en een aanslag die volledig moet worden vernietigd.
Veelgestelde vragen
Verjaart een fiscale schuld automatisch?
Neen. Een fiscale schuld verdwijnt niet automatisch na verloop van een bepaalde termijn. De belastingplichtige zal zich uitdrukkelijk op de verjaring moeten beroepen, terwijl de fiscus kan aantonen dat de verjaring rechtsgeldig werd gestuit of geschorst.
Welke verjaringstermijn geldt voor mijn belastingschuld?
Dat hangt af van de betrokken belasting en de fase waarin het dossier zich bevindt. Voor de inkomstenbelastingen, btw en de invordering van belastingschulden gelden verschillende wettelijke termijnen.
Kan de fiscus de verjaring verlengen?
Ja. Onder bepaalde wettelijke voorwaarden kan de fiscus zich beroepen op een verlengde aanslagtermijn. Daarnaast kan de verjaring worden gestuit of geschorst, waardoor de termijn langer loopt. Of dit rechtsgeldig is gebeurd, moet steeds worden nagegaan.
Kan ik mij tijdens een bezwaarprocedure op de verjaring beroepen?
Ja. Afhankelijk van de concrete omstandigheden kan de verjaring zowel tijdens een administratieve bezwaarprocedure als voor de rechtbank worden ingeroepen.
Wat gebeurt er wanneer een fiscale schuld is verjaard?
Wanneer de toepasselijke wettelijke termijn is verstreken en de fiscus geen geldige grond meer heeft om een belasting te vestigen of in te vorderen, kan de aanslag geheel of gedeeltelijk worden vernietigd. Met andere woorden: de belasting is dan niet langer verschuldigd.
Heb ik een advocaat nodig?
Dat is niet verplicht. Gelet op de complexiteit van de verjaringsregels en de vaak technische discussie over aanslagtermijnen, stuiting en schorsing is juridisch advies echter aangewezen wanneer aanzienlijke bedragen op het spel staan of een gerechtelijke procedure dreigt.
Hoe kan Aeacus u helpen?
Aeacus is het go to kantoor voor fiscale procedures. Christophe Romero beschikt over een ruime ervaring in administratieve bezwaarprocedures, fiscale controles en gerechtelijke procedures tegen de fiscale administratie. Wij treden dagelijks op in dossiers waarin procedurele fouten, onderzoekstermijnen, aanslagtermijnen en andere fiscale waarborgen centraal staan.
Onze sterkte ligt in de combinatie van een doorgedreven inhoudelijke fiscale expertise en een uitgebreide kennis van het fiscaal procesrecht. Een fiscaal geschil draait immers niet alleen om de vraag hoeveel belasting verschuldigd is, maar evenzeer om de vraag of de fiscus de wettelijke procedure correct heeft gevolgd. Niet zelden maakt net dat procedurele aspect het verschil tussen een belasting die verschuldigd blijft en een aanslag die geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd.
Wij analyseren uw dossier zowel inhoudelijk als procedureel, beoordelen de slaagkansen van een bezwaar of gerechtelijke procedure en staan u bij tijdens de volledige procedure, van de administratieve fase tot voor de bevoegde rechtbank.
Indien u vragen hebt over een fiscale procedure of over de verjaringstermijnen dan kan u via onderstaande knop geheel vrijblijvend en gratis een afspraak inplannen.
Christophe Romero Senne Verholle


