Ambtshalve ontheffing: gezondheidsproblemen als wettige reden?
Een belastingaanslag betwisten gebeurt in principe via een tijdig bezwaarschrift. Toch betekent het verstrijken van de bezwaartermijn niet noodzakelijk dat elke mogelijkheid tot rechtzetting verdwenen is. Onder bepaalde voorwaarden kan een belastingplichtige nog een ambtshalve ontheffing verkrijgen. Ernstige gezondheidsproblemen kunnen daarbij een rol spelen wanneer zij verklaren waarom bewijsstukken niet tijdig werden voorgelegd.

Wat houdt ambtshalve ontheffing in?
Artikel 376 WIB 92 biedt de mogelijkheid om bepaalde overbelastingen recht te zetten buiten de gewone bezwaarprocedure. Het gaat onder meer om overbelastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen of dubbele belasting. Ook nieuwe bewijskrachtige stukken of feiten kunnen aanleiding geven tot ontheffing, als wettige redenen verantwoorden waarom zij laattijdig worden voorgelegd of ingeroepen.
Voor die gevallen moet de overbelasting door de administratie zijn vastgesteld of aan haar zijn bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting werd gevestigd. Daarnaast bestaan afzonderlijke regelingen voor onder meer niet-verrekende voorheffingen en bepaalde niet-toegekende belastingverminderingen. Daar begint de vijfjarige termijn te lopen vanaf 1 januari van het betrokken aanslagjaar.
Ambtshalve ontheffing is dus geen algemene verlenging van de bezwaartermijn. Wie zich beroept op nieuwe stukken of feiten, moet niet alleen aantonen dat te veel belasting werd geheven. Ook de laattijdige overlegging of aanvoering moet verantwoord zijn. Dat de aanslag inhoudelijk onjuist is, volstaat op zichzelf niet.
Een forfaitaire winst, maar in werkelijkheid verlies
Een concreet voorbeeld biedt het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Luxemburg, afdeling Marche-en-Famenne, fiscale kamer, van 13 mei 2026, rolnr. 23/173/A.
Een belastingplichtige had voor aanslagjaar 2020 geen tijdige aangifte ingediend. De fiscus paste de procedure van ambtshalve aanslag toe en belastte een forfaitaire winst van 19.000 euro. Daardoor moest de vrouw ruim 5.000 euro belasting betalen.
Een ambtshalve aanslag verschilt van een ambtshalve ontheffing. De eerste betreft de wijze waarop de fiscus de belasting vaststelt, bijvoorbeeld bij een ontbrekende aangifte. De tweede biedt onder voorwaarden een mogelijkheid om een overbelasting recht te zetten. Bij een ambtshalve aanslag rust het bewijs van het juiste belastbare inkomen in beginsel op de belastingplichtige.
De vrouw betwistte de aanslag, maar haar bezwaar werd wegens laattijdigheid onontvankelijk verklaard. Zij legde evenwel boekhoudkundige stukken voor waaruit bleek dat de betrokken pizzazaak verlies had gemaakt. Medische attesten moesten verklaren waarom zij haar fiscale dossier niet tijdig had kunnen behandelen.
Gezondheidsproblemen kunnen de vertraging verantwoorden
In het dossier was sprake van ernstige psychische problemen en een moeilijke persoonlijke situatie. Een eerste medisch attest beschreef langdurige gezondheidsproblemen en moeilijkheden om de administratieve en financiële situatie te beheren. Een tweede attest preciseerde dat de vrouw door een ernstige depressie van februari tot september 2022 niet in staat was haar fiscale en administratieve verplichtingen na te komen. Die periode omvatte het einde van de bezwaartermijn.
Het belangrijke onderscheid is dat ‘wettige redenen’ ruimer zijn dan overmacht. Voor wettige redenen hoeft geen absolute onmogelijkheid om te handelen te worden aangetoond. Ernstige lichamelijke of psychische problemen kunnen voldoende verklaren waarom iemand niet tijdig reageert of stukken bezorgt.
Dat maakt een concrete onderbouwing essentieel. Een attest dat alleen een aandoening vermeldt, zegt minder dan een attest dat ook de betrokken periode en de gevolgen voor het administratieve functioneren beschrijft.
Ook bestaande stukken kunnen ‘nieuw’ zijn
De bewijsstukken hoeven niet noodzakelijk pas na het verstrijken van de bezwaartermijn te zijn ontstaan. Ook oudere documenten kunnen in aanmerking komen wanneer zij een nog niet geleverd bewijs van de overbelasting vormen en de belastingplichtige ze niet eerder kon voorleggen. De reden voor de vertraging blijft daarbij doorslaggevend.
In deze zaak bevestigden de controles van de fiscus dat de boekhouding geen onregelmatigheden vertoonde. De activiteit had een bedrijfsverlies van ongeveer 25.812 euro opgeleverd. De rechtbank beval daarom de volledige ontheffing van de aanslag die op een forfaitaire winst van 19.000 euro was gebaseerd.
Wat als er al een beslissing over het bezwaar is?
Ook een eerdere beslissing kan de mogelijkheid tot ontheffing beperken. Dat onderwerp kwam aan bod in de mondelinge parlementaire vraag nr. 56017619C van Benoît Piedboeuf van 15 september 2026, Kamer, Commissie voor de Financiën, CRIV 56 COM 436, blz. 55.
De minister bevestigde dat voor de overbelastingen bedoeld in artikel 376, § 1, een eerdere definitieve beslissing over de grond een beletsel vormt. Volgens zijn antwoord geldt dat zelfs wanneer het eerdere bezwaar een ander geschilpunt betrof.
Voor de belastingverminderingen bedoeld in artikel 376, § 3, 2°, geldt die algemene uitsluiting niet. Een ontheffing kan volgens de minister nog mogelijk zijn wanneer het verzoek een ander geschilpunt betreft. Een eerder verworpen aanspraak op dezelfde vermindering kan echter niet opnieuw via ambtshalve ontheffing worden voorgelegd zodra de beslissing onherroepelijk is geworden.
Dat onderscheid is relevant voor de praktijk. Een bezwaar dat uitsluitend wegens laattijdigheid onontvankelijk is verklaard, is immers iets anders dan een definitieve beslissing over de inhoud van de betwisting.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Wie door gezondheidsproblemen fiscale termijnen heeft gemist, doet er goed aan zowel de medische als de fiscale bewijsvoering te verzamelen. De medische stukken moeten verklaren waarom tijdig handelen niet mogelijk was; de boekhoudkundige of andere stukken moeten de overbelasting aantonen.
Het besproken vonnis illustreert dat ernstige psychische problemen een wettige reden kunnen vormen voor het laattijdig voorleggen van bewijsstukken. De beoordeling blijft afhankelijk van de concrete omstandigheden en de toepasselijke voorwaarden van artikel 376 WIB 92.



