top of page

Fiscale fraude in België: wanneer is er sprake van fraude en wat zijn de gevolgen?

Bijgewerkt op: 18 uur geleden

Snel antwoord

Fiscale fraude is meer dan een gewone fout in een belastingaangifte. Er is pas sprake van fiscale fraude wanneer een belastingplichtige de fiscale wet bewust overtreedt met de bedoeling belastingen te ontduiken. Dat onderscheid is essentieel. Een vergissing of een juridisch verdedigbaar interpretatiegeschil leidt doorgaans niet tot dezelfde gevolgen als een frauduleuze handeling. Afhankelijk van de omstandigheden kan fiscale fraude aanleiding geven tot belastingverhogingen, administratieve geldboeten, verlengde onderzoekstermijnen en zelfs een strafrechtelijke vervolging.

In België beschikt de fiscale administratie over verregaande onderzoeksbevoegdheden. Een dossier begint vaak met een vraag om inlichtingen of een belastingcontrole, maar kan uitmonden in een onderzoek door de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) of een strafrechtelijk onderzoek onder leiding van het openbaar ministerie. Sinds de invoering van de Una Via-wet is bovendien voorzien in een nauwere samenwerking tussen de fiscale administratie en het parket.

In dit artikel bespreken wij wanneer sprake is van fiscale fraude, welke sancties kunnen worden opgelegd, hoe een fraudeonderzoek verloopt en welke rechten u als belastingplichtige heeft.

Inhoud

  1. Wat is fiscale fraude?

  2. Wanneer is sprake van fiscale fraude en wanneer niet?

    • Wanneer kan sprake zijn van fiscale fraude?

    • Wanneer is géén sprake van fiscale fraude?

  3. Wat is het verschil tussen fiscale fraude, belastingontduiking en belastingontwijking?

  4. Wat betekenen bedrieglijk opzet en het oogmerk om te schaden?

  5. Hoe ontdekt de fiscus fiscale fraude?

  6. Welke onderzoeksbevoegdheden heeft de fiscus?

    • Kan de fiscus een vraag om inlichtingen sturen?

    • Kan de fiscus informatie opvragen bij derden?

    • Kan de fiscus mijn boekhouding onderzoeken?

    • Hoe werkt de internationale gegevensuitwisseling?

  7. Mag de fiscus mijn bankrekening controleren?

  8. Mag de fiscus mijn woning betreden?

  9. Hoe verloopt een fiscaal fraudeonderzoek?

  10. Welke belastingverhogingen en administratieve geldboeten kunnen worden opgelegd?

  11. Wanneer kan fiscale fraude strafrechtelijk worden vervolgd?

  12. Hoe werkt de Una Via-procedure?

  13. Welke rechten heeft u tijdens een fiscaal fraudeonderzoek?

  14. Kan fiscale fraude verjaren?

  15. Wat kunt u doen wanneer u van fiscale fraude wordt verdacht?

  16. Veelgestelde vragen (FAQ)

1. Wat is fiscale fraude?

Hoewel het begrip fiscale fraude regelmatig voorkomt in de media, de rechtspraak en de communicatie van de fiscale administratie, bevat het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) geen algemene wettelijke definitie van dit begrip. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om niet in abstracte bewoordingen te omschrijven wanneer een belastingplichtige zich aan fiscale fraude schuldig maakt (art. 449, lid 1 WIB92).

Dat betekent echter niet dat fiscale fraude een vaag of willekeurig begrip is. Integendeel. De inhoud ervan is doorheen de jaren geleidelijk uitgewerkt aan de hand van de parlementaire voorbereiding, de administratieve commentaar, de rechtspraak van onder meer het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof, alsook de rechtsleer (Zie o.m. Parl.St. Senaat 1980-81, nr. 566/2; Herstelwet 10 februari 1981 betreffende de strafrechtelijke beteugeling van de belastingontduiking). Samen vormen deze bronnen het juridische kader waarbinnen moet worden beoordeeld of een bepaalde gedraging al dan niet als fiscale fraude kan worden aangemerkt.

In het algemeen wordt onder fiscale fraude verstaan het opzettelijk schenden van de fiscale wetgeving met de bedoeling een onrechtmatig fiscaal voordeel te verkrijgen of de Schatkist te benadelen (art. 449, lid 1 WIB92 en art. 354, §2 WIB92). Het gaat daarbij niet louter om het bestaan van een belastingtekort of een onjuiste belastingaangifte. Een belastingplichtige die te weinig belastingen betaalt, handelt daarom niet automatisch frauduleus. Evenmin vormt elke onjuistheid in een aangifte een aanwijzing van fraude.

Dat onderscheid is van fundamenteel belang. De kwalificatie van een gedraging als fiscale fraude kan immers belangrijke gevolgen hebben. Zij kan aanleiding geven tot zwaardere belastingverhogingen, administratieve geldboeten, langere onderzoekstermijnen en, in ernstige gevallen, zelfs tot een strafrechtelijke vervolging. Omgekeerd volstaat de enkele vaststelling dat een aangifte onjuist is of dat bijkomende belastingen verschuldigd blijken te zijn niet om te besluiten dat sprake is van fraude.

De beoordeling gebeurt steeds aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden van het dossier. De fiscus zal daarbij moeten aantonen dat aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing van de betrokken sancties is voldaan. Welke elementen daarbij een rol spelen en wanneer daadwerkelijk sprake is van fiscale fraude, bespreken wij in het volgende hoofdstuk.

2. Wanneer is sprake van fiscale fraude en wanneer niet?

De vraag wanneer precies sprake is van fiscale fraude kan niet in één algemene regel worden beantwoord. Omdat de wet geen algemene definitie bevat, moet telkens worden nagegaan of de concrete feiten van het dossier beantwoorden aan de voorwaarden die voortvloeien uit de fiscale wetgeving, de rechtspraak en de rechtsleer.

Daarbij geldt een belangrijk uitgangspunt: niet elke fiscale fout vormt fiscale fraude. Het enkele feit dat de fiscus een belastingcorrectie doorvoert, een belastingverhoging overweegt of een aanvullende aanslag vestigt, betekent niet automatisch dat de belastingplichtige frauduleus heeft gehandeld. Evenmin kan uit de omvang van een belastingtekort of uit het bedrag van de verschuldigde belasting zonder meer worden afgeleid dat sprake is van fraude.

Bij de beoordeling van een dossier zal onder meer rekening worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Factoren zoals de aard van de fout, de complexiteit van de fiscale regelgeving, de wijze waarop de aangifte werd opgesteld, de gebruikte documenten en het gedrag van de belastingplichtige kunnen daarbij een rol spelen. Geen enkel element is op zichzelf doorslaggevend. Het is steeds het geheel van de feiten dat bepalend is.

Wanneer kan sprake zijn van fiscale fraude?

Hoewel iedere zaak afzonderlijk moet worden beoordeeld, kunnen de volgende gedragingen aanleiding geven tot een vermoeden van fiscale fraude:

  • het bewust verzwijgen van belastbare inkomsten;

  • het opzettelijk niet aangeven van vermogensbestanddelen of belastbare verrichtingen;

  • het gebruik van valse, vervalste of fictieve documenten (art. 449, lid 2 WIB92, en ernstige fiscale fraude; zie ook art. 193-196 Sw. valsheid in geschriften);

  • het opnemen van kosten waarvan men weet dat zij niet aftrekbaar zijn;

  • het bewust verstrekken van onjuiste of misleidende informatie aan de fiscale administratie;

  • het opzetten van kunstmatige constructies die uitsluitend tot doel hebben belastingen te ontduiken.

Dat betekent evenwel niet dat elk van deze gedragingen automatisch fiscale fraude uitmaakt. Uiteindelijk zal steeds moeten worden onderzocht of aan alle wettelijke voorwaarden voor de toepassing van administratieve of strafrechtelijke sancties is voldaan.

Wanneer is geen sprake van fiscale fraude?

Minstens even belangrijk is de vraag wanneer géén sprake is van fiscale fraude. De Belgische fiscale wetgeving behoort tot de meest complexe rechtsdomeinen. Zowel particulieren als ondernemingen worden geconfronteerd met uitgebreide aangifteverplichtingen, ingewikkelde fiscale regels en regelmatig wijzigende wetgeving. Het is dan ook niet uitzonderlijk dat fouten worden gemaakt.

In de praktijk is onder meer niet automatisch sprake van fiscale fraude wanneer:

  • een reken- of schrijffout wordt gemaakt;

  • een administratieve vergissing wordt begaan;

  • een aangifte onvolledig is door een menselijke fout;

  • de belastingplichtige de fiscale wetgeving te goeder trouw verkeerd interpreteert;

  • een oprecht juridisch interpretatiegeschil bestaat tussen de belastingplichtige en de fiscale administratie;

  • de fiscus achteraf een andere fiscale visie huldigt dan de belastingplichtige.

Ook in dergelijke situaties kan de administratie de aangifte corrigeren en de verschuldigde belasting alsnog vestigen. Dat betekent echter niet noodzakelijk dat belastingverhogingen wegens fraude of een strafrechtelijke vervolging gerechtvaardigd zijn. De kwalificatie als fiscale fraude vereist immers meer dan de enkele vaststelling dat een aangifte achteraf onjuist blijkt te zijn.

Belangrijk om te vermelden is dat frauduleuze intentie niet kan worden afgeleid uit het loutere feit dat inkomsten niet werden aangegeven, zelfs gedurende meerdere jaren (Cass. 14 februari 2001)

3. Wat is het verschil tussen fiscale fraude, belastingontduiking en belastingontwijking?

De begrippen fiscale fraude, belastingontduiking en belastingontwijking worden in de praktijk vaak door elkaar gebruikt. Nochtans gaat het om verschillende juridische concepten, waaraan uiteenlopende gevolgen zijn verbonden. Het onderscheid is belangrijk omdat niet elke vorm van belastingbesparing onrechtmatig is en niet elke schending van de fiscale wetgeving automatisch fiscale fraude uitmaakt.

Wat is belastingontwijking?

Belastingontwijking (tax avoidance) houdt in dat een belastingplichtige zijn activiteiten of vermogen op een zodanige wijze organiseert dat hij zo weinig mogelijk belastingen verschuldigd is, zonder de wet te overtreden. De belastingplichtige maakt daarbij gebruik van de mogelijkheden die de fiscale wetgeving zelf biedt (Cass. 6 juni 1961, de zogenaamde Brepolsdoctrine waarin wordt bevestigd dat de belastingplichtige de minst belaste weg mag kiezen. Zie ook art. 170 Gw. (legaliteitsbeginsel)).

Voorbeelden zijn het benutten van fiscale aftrekken, belastingverminderingen, vrijstellingen of gunstregimes die uitdrukkelijk door de wetgever zijn voorzien. Ook de keuze tussen verschillende rechtsvormen of investeringsstructuren om de fiscale druk te beperken, vormt op zichzelf geen fiscale fraude.

Belastingontwijking is dus in beginsel volledig rechtmatig. Dat betekent echter niet dat elke fiscale optimalisatie automatisch wordt aanvaard. Wanneer een verrichting uitsluitend of hoofdzakelijk wordt opgezet om een belastingvoordeel te verkrijgen in strijd met de doelstellingen van de fiscale wetgeving, kan de administratie zich onder bepaalde voorwaarden beroepen op het algemeen fiscaal antimisbruikbeginsel zoals opgenomen in artikel 344, § 1 WIB 92. In dat geval kan de fiscus de gekozen rechtsvorm of rechtshandeling buiten beschouwing laten en de belasting heffen alsof het misbruik niet had plaatsgevonden (art. 344, §1 WIB92; zie ook Circulaire nr. 8/2012 en nr. 5/2013 houdende de zwarte en witte lijsten van al dan niet als fiscaal misbruik te kwalificeren verrichtingen).

Het bestaan van fiscaal misbruik betekent evenwel niet automatisch dat sprake is van fiscale fraude. Beide begrippen moeten zorgvuldig van elkaar worden onderscheiden.

Bekende voorbeelden van belastingontwijking zijn het gebruik van een managementvennootschap of het historisch veel toegepaste "verkopen vóór de couponknip". Bij deze laatste techniek werden aandelen verkocht vlak vóór de uitkering van het dividend en na de couponknip opnieuw aangekocht. Omdat dividenden in België in beginsel aan 30% roerende voorheffing zijn onderworpen, terwijl meerwaarden op aandelen voor particuliere beleggers lange tijd in principe belastingvrij waren (en sinds de hervorming van 2026 in beginsel slechts aan 10% worden belast), kon deze werkwijze in bepaalde gevallen leiden tot een aanzienlijk lagere fiscale druk. Op zichzelf is een dergelijke verrichting niet noodzakelijk onrechtmatig. Wanneer de transactie echter uitsluitend of hoofdzakelijk wordt verricht om een belastingvoordeel te verkrijgen in strijd met de doelstellingen van de fiscale wet, kan de fiscus zich beroepen op het fiscaal antimisbruikbeginsel van artikel 344, § 1 WIB92.

Opgelet: bij belastingontwijking loert fiscaal misbruik (art. 344, § 1 WIB92) vaak om de hoek. Controleer daarom steeds of de gekozen verrichting ook voldoende niet fiscale motieven en economische substantie heeft.

Wat is belastingontduiking / fiscale fraude?

Belastingontduiking en fiscale fraude zijn in de Belgische rechtsleer (quasi) synoniemen. In de Nederlandstalige literatuur wordt "belastingontduiking" gehanteerd; de Franstalige literatuur spreekt van "fraude fiscale". Beide begrippen dekken dezelfde lading.

Belastingontduiking is aan de orde wanneer een belastingplichtige die zich bevindt in de voorwaarden waarin een bepaalde belasting verschuldigd is, zich opzettelijk geheel of gedeeltelijk onttrekt aan de betaling van de wettelijk verschuldigde belasting en daartoe een inbreuk pleegt op de fiscale wet (materieel element). Daarnaast is een bijzonder opzet vereist (moreel element): hetzij bedrieglijk opzet, hetzij het oogmerk om te schaden (art. 449, lid 1 WIB92). Zonder dit bijzonder opzet is de inbreuk op de fiscale wet geen strafbaar feit.

Naargelang de ernst kan belastingontduiking aanleiding geven tot fiscale correcties en administratieve sancties, maar ook tot strafrechtelijke vervolging. Wanneer de feiten kwalificeren als ernstige fiscale fraude (bv. gebruik van valse stukken, omvangrijke bedragen), voorziet art. 449, lid 2 WIB92 in een strafverzwaring.

Belastingontduiking veronderstelt dus dat een belastingplichtige bewust een fiscale verplichting schendt met als doel minder belasting te betalen dan wettelijk verschuldigd is. Het gaat met andere woorden niet om een vergissing of een onzorgvuldigheid, maar om een moedwillige overtreding van de fiscale wet.

Voorbeeld: een belastingplichtige die buitenlandse dividenden ontvangt én weet dat deze in de aangifte moeten worden opgenomen, maar er bewust voor kiest om deze niet aan te geven teneinde de verschuldigde belasting te ontwijken. In een dergelijk geval is in beginsel sprake van fiscale fraude, op voorwaarde dat ook het vereiste bijzonder opzet (bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden) kan worden aangetoond.

Dunne grens tussen fiscaal misbruik en één oprechte fout

Het bijzonder opzet vormt een essentieel onderscheid tussen een gewone fiscale fout en fiscale fraude. Zonder bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden is geen sprake van fiscale fraude, ook al werd objectief een fiscale verplichting geschonden.

Neem opnieuw het voorbeeld van de buitenlandse dividenden. Stel dat een belastingplichtige buitenlandse dividenden ontvangt waarop in het land van oorsprong reeds buitenlandsebelasting werd ingehouden. Indien hij er, weliswaar ten onrechte, van uitging dat daardoor geen bijkomende aangifte in België meer vereist was, ontbreekt in beginsel het bijzonder opzet. In dat geval is geen sprake van fiscale fraude, maar van een foutieve rechtsopvatting of vergissing.

Net daarom vormt het bijzonder opzet in de praktijk vaak het voornaamste discussiepunt. De vraag is niet alleen of de fiscale wet werd geschonden, maar vooral of de belastingplichtige bewust de bedoeling had om zich aan de wettelijk verschuldigde belasting te onttrekken (zie hierover meer onder punt 4).

De verschillen in één oogopslag


Belastingontwijking

Belastingontduiking / Fiscale fraude

Definitie

Gebruikmaken van wettelijke fiscale mogelijkheden zonder de fiscale wet te schenden

Schending van de fiscale wet (materieel element) met bijzonder opzet, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schade (intentioneel element)

Rechtmatigheid

In beginsel rechtmatig

Onrechtmatig

Inbreuk op de fiscale wet

Neen

Ja

Bijzonder opzet vereist

Niet relevant

Ja (art. 449, lid 1 WIB92)

Sancties

Geen, tenzij fiscaal misbruik (art. 344, §1 WIB92)

Fiscale correcties, belastingverhogingen, administratieve geldboeten en/of strafrechtelijke vervolging; bij ernstige fraude strafverzwaring (art. 449, lid 2 WIB92)

Voorbeelden

Vrijstellingen, aftrekken, keuze van rechtsvorm, emigratie

Niet aangeven van inkomsten, onjuiste aangifte, gebruik van valse stukken, veinzing

Bronnen: art. 170 Gw.; Cass. 6 juni 1961 (Brepolsdoctrine); art. 344, §1 WIB92; art. 449 WIB92; art. 354, §2 WIB92.

4. Wat betekenen bedrieglijk opzet en het oogmerk om te schaden?

Zoals hierboven toegelicht, volstaat een onjuiste belastingaangifte op zichzelf niet om te besluiten dat sprake is van fiscale fraude. De Belgische fiscale wetgeving koppelt de zwaarste administratieve en strafrechtelijke sancties slechts aan gedragingen die een bijzondere mate van verwijtbaarheid vertonen.

Daarom verwijst het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) niet louter naar "fraude", maar gebruikt het de begrippen bedrieglijk opzet en het oogmerk om te schaden. Deze begrippen spelen een centrale rol binnen het Belgische fiscale sanctierecht. Zij bepalen immers in belangrijke mate wanneer de fiscus zich kan beroepen op fiscale fraude om een belastingverhoging wegens fraude op te leggen of een strafrechtelijke vervolging in te stellen.

Hoewel beide begrippen vaak samen worden vermeld, zijn zij juridisch niet identiek. Elk begrip heeft een eigen betekenis en een eigen draagwijdte.

Wat is bedrieglijk opzet?

Van bedrieglijk opzet is sprake wanneer een belastingplichtige bewust handelt met de bedoeling de fiscale wetgeving te schenden om een onrechtmatig belastingvoordeel te verkrijgen (moreel element cf. art. 354, §2 WIB92 en art. 449, lid 1 WIB92). Het gaat met andere woorden om een doelbewuste en weloverwogen gedraging waarbij de belastingplichtige weet dat hij onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt of wettelijke verplichtingen niet naleeft, met als gevolg dat minder belasting wordt geheven dan wettelijk verschuldigd is.

Het Hof van Cassatie heeft meermaals bevestigd dat bedrieglijk opzet een moreel bestanddeel veronderstelt. Niet de fout als dusdanig staat centraal, maar de wil om de fiscale wet bewust te overtreden teneinde een ongeoorloofd voordeel te bekomen (Cass. 14 februari 2001; Cass. 1 maart 1991; Cass. 26 januari 1983. Zie ook Parl.St. Senaat 1980-81, nr. 566/2 voor de parlementaire omschrijving van beoordelingscriteria).

Het bestaan van bedrieglijk opzet kan niet louter worden afgeleid uit de vaststelling dat een belastingplichtige te weinig belastingen heeft betaald. Ook de omvang van de belastingcorrectie of het feit dat bepaalde inkomsten niet werden aangegeven, vormt op zichzelf geen bewijs van een frauduleus opzet. De administratie zal steeds moeten aantonen dat de belastingplichtige bewust en doelgericht heeft gehandeld.

Wat is het oogmerk om te schaden?

Naast het bedrieglijk opzet verwijst de fiscale wetgeving ook naar het oogmerk om te schaden.

Dit begrip ziet op situaties waarin een belastingplichtige bewust handelt met de bedoeling de belangen van de Schatkist te benadelen (Cass. 14 februari 2001: het oogmerk om te schaden veronderstelt de wil om nadeel te berokkenen, ook zonder dat de betrokkene enig voordeel haalt uit zijn handeling). Ook hier is sprake van een intentioneel handelen. Het volstaat niet dat de Staat uiteindelijk minder belasting ontvangt; de administratie zal moeten aantonen dat de belastingplichtige daadwerkelijk de bedoeling had de Schatkist schade toe te brengen.

Hoewel bedrieglijk opzet en het oogmerk om te schaden in de praktijk vaak samen voorkomen, zijn zij juridisch zelfstandige begrippen. De wetgever heeft deze begrippen bewust naast elkaar opgenomen, zodat de administratie zich afhankelijk van de concrete omstandigheden op één van beide kan beroepen.

Hoe bewijst de fiscus bedrieglijk opzet?

Een belangrijk uitgangspunt is dat de fiscus bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden niet mag veronderstellen. Wanneer de administratie zich op deze begrippen beroept om zwaardere sancties op te leggen, rust de bewijslast in beginsel op haar (art. 354, §2 WIB92).

Dat bewijs kan worden geleverd aan de hand van objectieve feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de belastingplichtige bewust heeft gehandeld. De administratie kan daarbij onder meer rekening houden met de aard van de verrichtingen, de gebruikte documenten, de verklaringen van de belastingplichtige en de samenhang van de verschillende elementen van het dossier.

Daarentegen volstaan een gewone vergissing, een administratieve fout of een juridisch interpretatiegeschil in beginsel niet om bedrieglijk opzet aan te tonen (Cass. 14 februari 2001).

Waarom zijn deze begrippen zo belangrijk?

Het onderscheid tussen een gewone fiscale fout en bedrieglijk opzet is niet louter theoretisch. De aanwezigheid van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden kan immers verstrekkende gevolgen hebben.

Zo kunnen deze begrippen onder meer een rol spelen bij:

  • de toepassing van belastingverhogingen wegens fraude;

  • het opleggen van administratieve geldboeten;

  • de toepassing van bijzondere onderzoekstermijnen (art. 333, lid 3 WIB92, zevenjarige fraudetermijn);

  • de beslissing om een dossier strafrechtelijk te vervolgen.

Juist daarom worden deze begrippen in de praktijk vaak het voorwerp van discussie tussen de belastingplichtige en de fiscale administratie. Het is uiteindelijk aan de administratie om aan te tonen dat de wettelijke voorwaarden vervuld zijn, waarna de rechter desgevallend zal oordelen of de kwalificatie als fiscale fraude gerechtvaardigd is.

5. Hoe ontdekt de fiscus fiscale fraude?

De fiscus ontdekt fiscale fraude lang niet uitsluitend tijdens een klassieke belastingcontrole. Vandaag beschikt de fiscale administratie over een uitgebreid netwerk van informatiebronnen en geavanceerde analysetools waarmee mogelijke onregelmatigheden kunnen worden opgespoord. Vaak wordt een dossier geselecteerd omdat verschillende gegevens niet met elkaar overeenstemmen of omdat de fiscus informatie ontvangt van derden.

Een belangrijk deel van de fraudeonderzoeken ontstaat naar aanleiding van een gewone belastingcontrole. Tijdens zo'n controle kan de fiscus vaststellen dat bepaalde inkomsten ontbreken, dat aftrekbare kosten onvoldoende worden bewezen of dat de beschikbare informatie niet overeenstemt met de belastingaangifte. Daarnaast maakt de fiscus steeds vaker gebruik van datamining en risicoanalyses, waarbij grote hoeveelheden gegevens automatisch met elkaar worden vergeleken om dossiers met een verhoogd frauderisico te identificeren.

Ook meldingen van derden kunnen aanleiding geven tot een fiscaal onderzoek. Zo beschikt de FOD Financiën over een officieel meldpunt waar burgers vermoedens van fiscale fraude kunnen melden. Daarnaast kunnen ook werknemers of andere klokkenluiders informatie doorgeven over mogelijke fiscale fraude waarvan zij in een professionele context kennis hebben gekregen.

Financiële instellingen spelen eveneens een belangrijke rol bij de opsporing van fiscale fraude. Banken en andere meldingsplichtige instellingen zijn immers onderworpen aan de antiwitwaswetgeving. Wanneer zij verdachte verrichtingen vaststellen, moeten zij hiervan melding maken aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Indien de CFI aanwijzingen vaststelt van witwassen of ernstige fiscale fraude, kan zij deze informatie doorgeven aan het parket of aan de fiscale administratie, waardoor een fiscaal onderzoek kan worden opgestart.

Ook de internationale samenwerking tussen belastingadministraties is de voorbije jaren sterk toegenomen. Via de Common Reporting Standard (CRS) ontvangt de Belgische fiscus jaarlijks informatie over buitenlandse bankrekeningen die Belgische belastingplichtigen aanhouden. Daarnaast worden binnen de Europese Unie steeds meer fiscale gegevens automatisch uitgewisseld. Hierdoor beschikt de fiscus steeds vaker over informatie die vroeger moeilijk of zelfs onmogelijk te verkrijgen was.

Voor investeerders in cryptoactiva wordt de informatiepositie van de fiscus eveneens steeds sterker. Crypto-exchanges en andere aanbieders van cryptodiensten kunnen, afhankelijk van de toepasselijke regelgeving, verplicht zijn om klant- en transactiegegevens aan de belastingautoriteiten te rapporteren. Dankzij internationale gegevensuitwisseling kunnen deze gegevens uiteindelijk ook bij de Belgische fiscus terechtkomen. Met de invoering van DAC8 zal deze automatische rapportering de komende jaren nog aanzienlijk worden uitgebreid.

Ten slotte kan de fiscus ook informatie ontvangen van andere Belgische overheidsdiensten, zoals de sociale inspectie, de douane of het Openbaar Ministerie. Eveneens kan een controle bij een leverancier, klant, werkgever of zakenpartner aanleiding geven tot een onderzoek wanneer daaruit blijkt dat een belastingplichtige inkomsten niet correct heeft aangegeven.

Het feit dat de fiscus een dossier selecteert voor verder onderzoek, betekent echter niet automatisch dat sprake is van fiscale fraude. Een belastingcontrole kan verschillende oorzaken hebben en leidt lang niet altijd tot de vaststelling van fraude. Indien de fiscus zich uiteindelijk op fiscale fraude beroept, zal hij steeds moeten aantonen dat aan de wettelijke voorwaarden daarvoor is voldaan.

6. Welke onderzoeksbevoegdheden heeft de fiscus?

Om de juiste belasting te kunnen vaststellen, beschikt de Belgische fiscale administratie over ruime onderzoeksbevoegdheden. Deze bevoegdheden zijn voornamelijk opgenomen in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (art. 315 t.e.m. art. 338ter WIB92) en laten de fiscus toe om informatie op te vragen, documenten te onderzoeken en, onder bepaalde voorwaarden, gegevens bij derden in te winnen.

Die bevoegdheden zijn evenwel niet onbeperkt. Ook tijdens een belastingcontrole of een fraudeonderzoek moet de administratie de wettelijke voorwaarden naleven en de rechten van de belastingplichtige respecteren. Indien de fiscus zijn bevoegdheden overschrijdt, kan dit gevolgen hebben voor de geldigheid van de controle of de bruikbaarheid van het verkregen bewijs (zie Antigoon-rechtspraak, Cass. 14 oktober 2003; Cass. 22 mei 2015 : onrechtmatig verkregen bewijs wordt niet automatisch uitgesloten, maar de rechter weegt drie criteria af (ormschending zonder invloed op betrouwbaarheid; fundamenteel recht; mate van overtreding)

De onderzoeksbevoegdheden worden bovendien steeds uitgeoefend met het oog op het vaststellen van de correcte belasting. Dat betekent dat de fiscus niet willekeurig informatie kan opvragen of onderzoeksmaatregelen kan nemen zonder wettelijke grondslag.

De fiscus kan een vraag om inlichtingen sturen

Een van de belangrijkste onderzoeksinstrumenten is de vraag om inlichtingen.

De fiscus kan een belastingplichtige verzoeken om binnen een wettelijke termijn bijkomende informatie, documenten of bewijsstukken over te maken die noodzakelijk zijn om de belastingaangifte te controleren (art. 316 WIB92).

Zo kan de administratie onder meer vragen naar:

  • bankafschriften;

  • facturen;

  • overeenkomsten;

  • boekhoudkundige stukken;

  • bewijs van bepaalde aftrekposten;

  • verklaringen over specifieke verrichtingen.

Een vraag om inlichtingen betekent op zichzelf niet dat de administratie fraude vermoedt. Zij wordt dagelijks gebruikt in gewone belastingcontroles en heeft in de eerste plaats tot doel de juistheid van de aangifte te verifiëren.

De fiscus kan uw boekhouding onderzoeken

Wanneer een belastingplichtige een boekhouding moet voeren, kan de administratie deze onderzoeken om na te gaan of de aangegeven inkomsten overeenstemmen met de werkelijkheid (art. 315 WIB92).

De fiscus kan daarbij onder meer:

  • boekhoudkundige stukken inkijken;

  • facturen controleren;

  • overeenkomsten analyseren;

  • elektronische boekhoudgegevens onderzoeken;

  • de samenhang tussen verschillende documenten verifiëren.

Steeds vaker worden dergelijke controles digitaal uitgevoerd. Boekhoudsoftware, elektronische facturen en digitale betalingsgegevens spelen daarbij een steeds belangrijkere rol.

De fiscus kan informatie opvragen bij derden

Onder bepaalde voorwaarden kan de administratie eveneens informatie verkrijgen van derden (art. 317 WIB92).

Afhankelijk van de toepasselijke wettelijke bepalingen kan informatie worden opgevraagd bij onder meer:

  • banken;

  • werkgevers;

  • notarissen;

  • verzekeringsmaatschappijen;

  • accountants;

  • overheidsdiensten;

  • buitenlandse belastingadministraties.

De belastingplichtige hoeft hiervan niet noodzakelijk vooraf op de hoogte te worden gebracht. De wet bepaalt evenwel onder welke voorwaarden dergelijke onderzoeksmaatregelen mogen worden genomen.

Internationale gegevensuitwisseling

De mogelijkheden van de fiscus zijn de afgelopen jaren aanzienlijk uitgebreid door internationale samenwerking.

België neemt deel aan verschillende systemen voor automatische gegevensuitwisseling, waardoor financiële instellingen en buitenlandse belastingadministraties onder bepaalde voorwaarden informatie uitwisselen over belastingplichtigen (art. 338 t.e.m. 338ter WIB92; Richtlijn 2011/16/EU (DAC) en latere wijzigingen (DAC2 t.e.m. DAC8); OESO Common Reporting Standard (CRS); art. 26 OESO-Modelverdrag (uitwisseling op verzoek).

Daarnaast kunnen belastingadministraties elkaar ook op verzoek of spontaan informatie bezorgen wanneer daarvoor een wettelijke grondslag bestaat.

Hierdoor is de kans aanzienlijk toegenomen dat buitenlandse inkomsten of vermogensbestanddelen aan de Belgische fiscus worden gemeld.

De fiscus beschikt niet over onbeperkte bevoegdheden

Hoewel de onderzoeksbevoegdheden van de fiscus ruim zijn, zijn zij niet onbeperkt.

De administratie moet steeds handelen binnen de grenzen van de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur respecteren. Ook de rechten van verdediging, het evenredigheidsbeginsel en het recht op eerbiediging van het privéleven blijven tijdens een belastingcontrole van toepassing.

Wanneer de fiscus informatie opvraagt of onderzoeksmaatregelen neemt zonder de wettelijke voorwaarden na te leven, kan dit aanleiding geven tot betwistingen voor de rechtbank.

7. Mag de fiscus uw bankrekening controleren?

Een van de meest gestelde vragen tijdens een belastingcontrole is of de fiscus zomaar toegang heeft tot de bankrekening van een belastingplichtige.

Het antwoord luidt nee. Anders dan vaak wordt gedacht, kan de fiscale administratie niet vrij of permanent alle bankgegevens inkijken. De wet voorziet een bijzondere procedure die slechts onder bepaalde voorwaarden kan worden toegepast.

In beginsel zal de fiscus eerst proberen de nodige informatie rechtstreeks bij de belastingplichtige te verkrijgen, bijvoorbeeld via een vraag om inlichtingen. Pas wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, kan de administratie een bankonderzoek opstarten en informatie opvragen bij financiële instellingen (Principe: art. 318 WIB92 (verbod op onrechtstreeks onderzoek bij financiële instellingen). Uitzondering bij aanwijzingen van belastingontduiking: art. 322, §1 en §2 WIB92 (machtiging vereist van aangestelde ambtenaar). Centraal Aanspreekpunt (CAP): art. 322, §3 WIB).

De precieze voorwaarden, de procedure en de rechten van de belastingplichtige bij een bankonderzoek zijn uitgebreid geregeld in de fiscale wetgeving en worden regelmatig getoetst door de rechtspraak.

Meer weten? Lees ook ons uitgebreid artikel over wanneer de fiscus uw bankrekening mag controleren.

8. Mag de fiscus uw woning betreden?

Ook de vraag of de fiscus een woning mag betreden, roept vaak ongerustheid op.

De fiscale administratie beschikt onder bepaalde omstandigheden over een wettelijke bevoegdheid om beroepslokalen en andere plaatsen te bezoeken waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend (art. 319 WIB92). Voor woningen gelden echter aanzienlijk strengere voorwaarden (art. 319 WIB92: toegang tot privéwoningen enkel met machtiging van de politierechter, uitsluitend tussen 5u en 21u. Zie ook art. 15 Gw. (onschendbaarheid van de woning) en art. 8 EVRM).

Het grondwettelijk beschermde recht op eerbiediging van de woning brengt mee dat een woning niet zomaar door de fiscus mag worden betreden. De wet voorziet hiervoor specifieke waarborgen en voorwaarden, waarbij onder meer het onderscheid tussen beroepslokalen en privéwoningen van groot belang is.

Of en onder welke voorwaarden een woning mag worden betreden, hangt af van de concrete omstandigheden van het dossier en van de toepasselijke wettelijke bepalingen.

Meer weten? Lees ook ons artikel over de bevoegdheid van de fiscus om een woning te betreden.

9. Hoe verloopt een fiscaal fraudeonderzoek?

Een fiscaal fraudeonderzoek verloopt doorgaans in verschillende fasen. Hoewel iedere zaak haar eigen kenmerken heeft, volgt de fiscale administratie in de praktijk meestal een gelijkaardig traject. Niet elk onderzoek doorloopt alle onderstaande stappen en ook de volgorde kan afhankelijk van de concrete omstandigheden verschillen.

Het is bovendien belangrijk te benadrukken dat een belastingcontrole niet automatisch uitmondt in een fraudeonderzoek. In veel gevallen stelt de administratie na haar onderzoek vast dat geen sprake is van fraude of wordt het dossier afgesloten nadat bijkomende inlichtingen zijn verstrekt.

Stap 1. De fiscus detecteert mogelijke onregelmatigheden

Een fraudeonderzoek begint doorgaans niet toevallig. De administratie beschikt over verschillende informatiebronnen en analysetools waarmee zij dossiers kan selecteren die een verhoogd fiscaal risico vertonen.

Mogelijke aanleidingen zijn onder meer:

  • een afwijking in de belastingaangifte;

  • informatie afkomstig van Belgische of buitenlandse overheidsdiensten;

  • gegevens uit internationale gegevensuitwisseling;

  • meldingen van andere administraties;

  • controles bij derden;

  • risicoanalyses of datamining.

De selectie van een dossier betekent echter niet dat reeds vaststaat dat sprake is van fiscale fraude. Zij vormt slechts de aanleiding voor een verder onderzoek.

Stap 2. De fiscus vraagt bijkomende informatie op

In de meeste dossiers zal de administratie eerst proberen de feiten te verduidelijken.

Dat gebeurt vaak door middel van:

  • een vraag om inlichtingen;

  • een verzoek om bijkomende bewijsstukken;

  • een controle van de boekhouding;

  • een plaatsbezoek;

  • een onderzoek bij derden.

Tijdens deze fase krijgt de belastingplichtige doorgaans de mogelijkheid om de gevraagde informatie te verstrekken of bepaalde verrichtingen toe te lichten.

Stap 3. De fiscus beoordeelt de verzamelde informatie

Na ontvangst van de gevraagde documenten en verklaringen beoordeelt de administratie of de belastingaangifte correct werd ingevuld.

Indien de fiscus van oordeel is dat bijkomende belastingen verschuldigd zijn, zal hij nagaan op welke wettelijke grondslag hij de aangifte kan corrigeren. Wanneer de administratie meent dat er aanwijzingen van fiscale fraude bestaan, zal zij eveneens onderzoeken of bijzondere onderzoekstermijnen, belastingverhogingen of administratieve geldboeten in aanmerking komen.

Stap 4. De fiscus stuurt een bericht van wijziging

Wanneer de administratie de belastingaangifte wil aanpassen, zal zij in de meeste gevallen eerst een bericht van wijziging versturen.

Daarin moet de fiscus duidelijk aangeven:

  • welke elementen hij wil wijzigen;

  • op welke feiten hij zich baseert;

  • welke wettelijke bepalingen volgens hem van toepassing zijn;

  • waarom hij meent dat bijkomende belastingen verschuldigd zijn.

De belastingplichtige krijgt vervolgens de mogelijkheid om schriftelijk te reageren en zijn standpunt uiteen te zetten. Dit vormt een belangrijk onderdeel van de rechten van verdediging.

Meer weten? Lees ook ons artikel over het bericht van wijziging.

Stap 5. De aanslag wordt gevestigd

Na beoordeling van het antwoord van de belastingplichtige beslist de administratie of zij haar voorgenomen standpunt handhaaft.

Indien dat het geval is, zal zij de belasting overeenkomstig haar standpunt vestigen. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen daarbij eveneens belastingverhogingen, administratieve geldboeten of nalatigheidsinteresten worden opgelegd.

Stap 6. De belastingplichtige kan bezwaar indienen

Wanneer de belastingplichtige zich niet kan verenigen met de aanslag, kan hij overeenkomstig de wettelijke procedure een administratief bezwaar indienen.

Tijdens deze fase kan hij onder meer aanvoeren dat:

  • de feiten onjuist werden beoordeeld;

  • de wet verkeerd werd toegepast;

  • de bewijslast niet werd nageleefd;

  • de belastingverhoging onterecht werd opgelegd;

  • geen sprake is van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.

De administratie zal het bezwaar vervolgens opnieuw onderzoeken.

Stap 7. Een gerechtelijke procedure

Indien het bezwaar geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, kan de belastingplichtige het geschil voorleggen aan de bevoegde rechtbank.

De rechter zal vervolgens onderzoeken of de administratie de fiscale wetgeving correct heeft toegepast, of de bewijslast werd nageleefd en of de opgelegde sancties wettelijk verantwoord zijn.

In voorkomend geval kan de zaak nadien nog worden behandeld door het hof van beroep en uiteindelijk door het Hof van Cassatie.

Belangrijk Ook wanneer de fiscus meent dat sprake is van fiscale fraude, behoudt de belastingplichtige gedurende de volledige procedure zijn rechten van verdediging. De administratie zal haar standpunt steeds moeten motiveren en de rechter behoudt het laatste woord over de wettigheid van de aanslag en de opgelegde sancties.

10. Welke belastingverhogingen en administratieve geldboeten kunnen worden opgelegd?

Wanneer de fiscus vaststelt dat een belastingaangifte onjuist of onvolledig is, betekent dit niet automatisch dat alleen de verschuldigde belasting zal worden nagevorderd. Afhankelijk van de concrete omstandigheden kan de administratie daarnaast ook belastingverhogingen en administratieve geldboeten opleggen.

Hoewel beide sancties vaak samen worden vermeld, gaat het om twee verschillende instrumenten met een eigen wettelijke regeling en een eigen doelstelling. Een belastingverhoging strekt ertoe de verschuldigde belasting te verhogen, terwijl een administratieve geldboete een afzonderlijke financiële sanctie vormt die wordt opgelegd wegens een inbreuk op de fiscale wetgeving.

Wat is een belastingverhoging?

Een belastingverhoging is een percentage waarmee de verschuldigde belasting wordt verhoogd wanneer de belastingplichtige zijn fiscale verplichtingen niet correct heeft nageleefd. De wettelijke basis hiervoor is terug te vinden in artikel 444 WIB 92 (schaal: 10% tot 200%, naargelang de aard en ernst van de overtreding en de aanwezigheid van bedrieglijk opzet).

De hoogte van de belastingverhoging hangt af van verschillende factoren, waaronder:

  • de aard van de overtreding;

  • de ernst van de fout;

  • de eventuele herhaling van eerdere inbreuken;

  • de aanwezigheid van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.

Niet iedere fout leidt automatisch tot een belastingverhoging. De administratie moet steeds rekening houden met de wettelijke voorwaarden en de concrete omstandigheden van het dossier.

Wat is een administratieve geldboete?

Naast een belastingverhoging kan de fiscus in bepaalde gevallen ook een administratieve geldboete opleggen (art. 445 WIB92).

Administratieve geldboeten zijn voornamelijk bedoeld om bepaalde overtredingen van de fiscale verplichtingen te sanctioneren, zoals het niet tijdig indienen van aangiften of het niet naleven van administratieve verplichtingen. Ook hiervoor gelden specifieke wettelijke voorwaarden.

Afhankelijk van de aard van de overtreding kan de administratie beslissen een belastingverhoging, een administratieve geldboete of beide sancties op te leggen, voor zover de wettelijke voorwaarden daartoe zijn vervuld.

Kan de fiscus altijd een belastingverhoging opleggen?

Neen.

De fiscus beschikt niet over een onbeperkte beoordelingsvrijheid. Een belastingverhoging mag enkel worden opgelegd wanneer de wettelijke voorwaarden zijn vervuld en de administratie haar beslissing voldoende motiveert.

Bovendien moet rekening worden gehouden met de aard van de fout. De fiscale wetgeving maakt immers een onderscheid tussen een gewone vergissing, een nalatigheid en gedragingen waarbij sprake is van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.

Dat onderscheid is belangrijk omdat het een invloed kan hebben op de aard en de omvang van de opgelegde sanctie.

Kan een belastingverhoging worden aangevochten?

Ja.

Een belastingplichtige die meent dat een belastingverhoging ten onrechte of disproportioneel werd opgelegd, kan deze betwisten.

Daarbij kan onder meer worden aangevoerd dat:

  • geen sprake is van bedrieglijk opzet;

  • geen oogmerk om te schaden werd aangetoond;

  • de administratie haar beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd;

  • de opgelegde sanctie niet in verhouding staat tot de vastgestelde feiten;

  • de wettelijke voorwaarden niet zijn nageleefd.

De rechter beschikt over de bevoegdheid om na te gaan of de opgelegde belastingverhoging wettig en voldoende gemotiveerd is (art. 6, lid 1 EVRM: belastingverhogingen en administratieve geldboeten met een overheersend repressief karakter gelden als strafrechtelijke sancties in de zin van art. 6 EVRM (GwH 14 februari 2013, nr. 6/2013). De rechter beschikt bijgevolg over volle toetsingsbevoegdheid)).

Belangrijk Dat de fiscus een belastingcorrectie doorvoert, betekent niet automatisch dat ook een belastingverhoging gerechtvaardigd is. De administratie zal steeds moeten aantonen dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een dergelijke sanctie is voldaan.

11. Wanneer kan fiscale fraude strafrechtelijk worden vervolgd?

Niet ieder fiscaal geschil leidt tot een strafrechtelijke procedure. In de overgrote meerderheid van de dossiers blijft de afhandeling beperkt tot de fiscale administratie en worden eventuele geschillen beslecht via de administratieve bezwaarprocedure of voor de fiscale rechtbank.

In bepaalde gevallen kan de fiscus echter oordelen dat de feiten dermate ernstig zijn dat een strafrechtelijke vervolging aangewezen is. Dat is met name het geval wanneer de administratie meent dat sprake is van ernstige fiscale fraude of van gedragingen die de grenzen van een louter administratieve overtreding overschrijden.

De strafrechtelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen zijn opgenomen in artikel 449 en volgende van het WIB 92 (Art. 449, lid 1 WIB92: gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en/of geldboete van €250 tot €500.000 (te verhogen met strafrechtelijke opdeciemen). Art. 449, lid 2 WIB92: bij ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, loopt de maximale gevangenisstraf op tot vijf jaar). Deze bepalingen voorzien onder meer in strafsancties voor wie de fiscale wetgeving overtreedt met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.

Het openbaar ministerie beslist uiteindelijk autonoom of een strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld. De enkele vaststelling van fiscale fraude door de administratie betekent dus niet automatisch dat een correctionele procedure volgt.

Mogelijke strafrechtelijke sancties

Wanneer een belastingplichtige strafrechtelijk wordt veroordeeld wegens fiscale fraude, kan de strafrechter onder meer een geldboete opleggen. Afhankelijk van de ernst van de feiten kunnen daarnaast ook andere strafrechtelijke sancties volgen overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen.

De concrete straf wordt steeds bepaald door de strafrechter, die rekening houdt met alle omstandigheden van het dossier, de ernst van de feiten en de persoonlijke situatie van de beklaagde.

Een strafrechtelijke vervolging is uitzonderlijk

Hoewel fiscale fraude regelmatig de media haalt, blijft een strafrechtelijke vervolging eerder uitzonderlijk.

In de praktijk worden de meeste fiscale geschillen volledig administratief afgehandeld. Slechts een beperkt aantal dossiers wordt uiteindelijk aan het openbaar ministerie voorgelegd en nog minder zaken leiden effectief tot een strafrechtelijke veroordeling.

Dat neemt niet weg dat de gevolgen van een strafrechtelijke procedure bijzonder ingrijpend kunnen zijn. Om die reden is het van groot belang dat belastingplichtigen reeds tijdens het administratieve onderzoek hun rechten zorgvuldig uitoefenen en tijdig juridisch advies inwinnen.

12. Hoe werkt de Una Via-procedure?

Wanneer de fiscus ernstige aanwijzingen van fiscale fraude vaststelt, rijst de vraag of het dossier administratief zal worden afgehandeld of strafrechtelijk zal worden vervolgd. Om te vermijden dat beide procedures ongecoördineerd naast elkaar zouden verlopen, heeft de Belgische wetgever de zogenaamde Una Via-procedure ingevoerd.

Het uitgangspunt van deze regeling is dat de fiscale administratie en het openbaar ministerie met elkaar overleggen over de meest aangewezen wijze waarop een dossier wordt behandeld. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omvang van de vermoedelijke fraude, de maatschappelijke impact en de opportuniteit van een strafrechtelijke vervolging.

De Una Via-procedure heeft als doel een efficiënte samenwerking tussen de fiscale en de gerechtelijke autoriteiten te verzekeren en tegelijkertijd de rechten van de belastingplichtige te beschermen.

Betekent Una Via dat slechts één procedure mogelijk is?

Niet noodzakelijk.

Hoewel de benaming "Una Via" letterlijk "één weg" betekent, sluit de regeling niet uit dat een dossier zowel een administratieve als een strafrechtelijke component kan hebben.

De Belgische regeling moet immers worden gelezen in het licht van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof. Daaruit volgt dat een administratieve en een strafrechtelijke procedure onder bepaalde voorwaarden naast elkaar kunnen bestaan, op voorwaarde dat zij voldoende nauw met elkaar verbonden zijn in tijd en inhoud en samen één coherent sanctiestelsel vormen.

Met andere woorden: het bestaan van een administratieve belastingprocedure verhindert niet automatisch dat ook een strafrechtelijke procedure wordt gevoerd.

Het non bis in idem-beginsel

Bij de beoordeling van fiscale fraude speelt ook het non bis in idem-beginsel een belangrijke rol.

Dit beginsel houdt in dat niemand tweemaal mag worden bestraft voor dezelfde feiten.

In fiscale dossiers is de toepassing van dit beginsel echter bijzonder genuanceerd. Administratieve belastingverhogingen en strafrechtelijke sancties hebben immers niet noodzakelijk hetzelfde karakter. Bovendien heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat een dubbele procedure onder bepaalde omstandigheden verenigbaar kan zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wanneer beide procedures voldoende op elkaar zijn afgestemd.

De vraag of sprake is van een verboden dubbele bestraffing zal daarom steeds afhangen van de concrete omstandigheden van het dossier en van de wijze waarop beide procedures met elkaar samenhangen.

Wie beslist over een strafrechtelijke vervolging?

Hoewel de fiscus een dossier kan overmaken aan het openbaar ministerie, beslist de fiscale administratie niet zelf of een belastingplichtige strafrechtelijk wordt vervolgd.

Die beslissing behoort uitsluitend toe aan het openbaar ministerie, dat autonoom beoordeelt of een strafrechtelijke vervolging aangewezen is. Daarbij houdt het rekening met de beschikbare bewijzen, de ernst van de feiten en het algemeen belang.

Ook wanneer het openbaar ministerie beslist een strafonderzoek op te starten, behoudt de belastingplichtige alle waarborgen die voortvloeien uit het strafprocesrecht, waaronder het vermoeden van onschuld en het recht op een eerlijk proces.

13. Welke rechten heeft u tijdens een fiscaal fraudeonderzoek?

Een belastingcontrole of fraudeonderzoek betekent niet dat de belastingplichtige zijn rechten verliest. Ook de fiscale administratie is gebonden door de wet en moet de fundamentele rechten van de belastingplichtige respecteren.

Dat geldt des te meer wanneer de administratie meent dat sprake is van fiscale fraude en zwaardere administratieve of strafrechtelijke sancties overweegt.

Recht op een zorgvuldig onderzoek

De fiscus moet iedere belastingcontrole zorgvuldig en onpartijdig voeren. Hij mag zijn beslissing niet uitsluitend baseren op vermoedens of veronderstellingen, maar moet de feiten op een objectieve wijze onderzoeken.

Wanneer de administratie zich beroept op fiscale fraude, rust bovendien een belangrijke bewijslast op haar. Zij zal moeten aantonen dat aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing van de betrokken sancties is voldaan.

Recht om uw standpunt kenbaar te maken en gehoord te worden

Voordat de fiscus de belastingaangifte corrigeert, zal hij in de meeste gevallen eerst een bericht van wijziging moeten versturen.

De belastingplichtige krijgt vervolgens de mogelijkheid om schriftelijk te reageren, bijkomende bewijsstukken over te maken en de argumenten van de administratie te weerleggen.

Daarnaast kan u eveneens vragen om gehoord te worden (art. 374 WIB92 — recht om gehoord te worden moet uitdrukkelijk worden gevraagd in het bezwaarschrift).

Dit vormt een essentieel onderdeel van de rechten van verdediging.

Recht op een voldoende gemotiveerde beslissing

Wanneer de fiscus bijkomende belastingen, belastingverhogingen of administratieve geldboeten oplegt, moet hij duidelijk aangeven op welke feiten en wettelijke bepalingen hij zijn beslissing baseert.

Een onvoldoende gemotiveerde beslissing kan aanleiding geven tot een succesvolle betwisting in de bezwaarprocedure of voor de rechtbank.

Recht op een eerlijk proces

Indien het geschil uiteindelijk aan de rechter wordt voorgelegd, heeft iedere belastingplichtige recht op een onafhankelijk en onpartijdig gerecht.

Daarnaast spelen, zeker wanneer sancties met een bestraffend karakter worden opgelegd, ook de waarborgen van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens een belangrijke rol. Zo heeft iedere belastingplichtige onder meer recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn.

Recht om een beslissing aan te vechten

Een belastingplichtige die zich niet kan verenigen met een aanslag of een opgelegde sanctie, kan gebruikmaken van de rechtsmiddelen die de fiscale wetgeving voorziet.

In de praktijk verloopt dit doorgaans in drie stappen:

  • een administratief bezwaar bij de fiscale administratie;

  • een procedure voor de bevoegde rechtbank;

  • eventueel hoger beroep en een voorziening in cassatie.

Het feit dat de fiscus een standpunt inneemt, betekent dus niet dat dit standpunt definitief of onbetwistbaar is. De rechter behoudt steeds het laatste woord over de wettigheid van de aanslag en de opgelegde sancties.

14. Kan fiscale fraude verjaren?

Ja. Ook wanneer de fiscus meent dat sprake is van fiscale fraude, zijn de mogelijkheden om belastingen te onderzoeken, na te vorderen of strafrechtelijk te vervolgen niet onbeperkt in de tijd. Zowel de fiscale als de strafrechtelijke wetgeving bevatten verschillende termijnen waarbinnen de overheid moet optreden.

Het is daarbij belangrijk een onderscheid te maken tussen de fiscale onderzoekstermijnen, de termijnen waarbinnen de fiscus een aanslag kan vestigen en de strafrechtelijke verjaring. Deze termijnen hebben elk een eigen wettelijke regeling en mogen niet met elkaar worden verward.

Onderzoekstermijnen

Voor de inkomstenbelastingen beschikt de fiscus in beginsel over een gewone onderzoekstermijn van drie jaar. Wanneer echter aanwijzingen bestaan van een inbreuk die werd gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden, kan de administratie onder de wettelijke voorwaarden een verlengde onderzoekstermijn van zeven jaar toepassen (art. 333, lid 3 WIB92 — zevenjarige fraudetermijn; wet 18 december 2025 houdende diverse bepalingen, BS 30 december 2025, retroactief vanaf aanslagjaar 2023). Daarvoor moet de belastingplichtige vooraf schriftelijk en gemotiveerd in kennis worden gesteld van de fraude-indicaties waarop de administratie zich baseert.

Dat de fiscus zich op de verlengde onderzoekstermijn beroept, betekent echter niet automatisch dat fiscale fraude uiteindelijk ook bewezen is. Ook in dat geval zal de administratie moeten aantonen dat de wettelijke voorwaarden vervuld zijn.

Verjaring van de belastingvordering

Naast de onderzoekstermijnen gelden ook wettelijke termijnen waarbinnen de fiscus een aanslag kan vestigen of aanvullende belastingen kan heffen. Welke termijn precies van toepassing is, hangt af van de concrete omstandigheden van het dossier en van de wettelijke grondslag waarop de administratie zich beroept.

De toepassing van een langere aanslagtermijn wegens fraude is niet automatisch mogelijk. Ook hiervoor zal de administratie moeten aantonen dat de wettelijke voorwaarden vervuld zijn en de voorgeschreven procedure naleven.

Strafrechtelijke verjaring

Wanneer de feiten aanleiding geven tot een strafrechtelijke vervolging, gelden bovendien de verjaringstermijnen van het strafrecht.

Deze termijnen staan los van de fiscale onderzoekstermijnen. Het is dus mogelijk dat een fiscale procedure nog loopt terwijl een strafrechtelijke beoordeling een eigen verloop kent, of omgekeerd.

Omdat de toepasselijke regels afhangen van de kwalificatie van de feiten, de datum van de feiten en eventuele stuitings- of schorsingsgronden, is een individuele beoordeling noodzakelijk.

Belangrijk Dat een dossier betrekking heeft op feiten van meerdere jaren geleden, betekent niet automatisch dat de fiscus of het openbaar ministerie niet meer kan optreden. Omgekeerd kan de administratie zich ook niet onbeperkt op oude feiten blijven beroepen. De toepasselijke termijnen moeten steeds worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het dossier en de geldende wettelijke bepalingen.

15. Wat kunt u doen wanneer u van fiscale fraude wordt verdacht?

Een vermoeden van fiscale fraude betekent niet dat vaststaat dat u de fiscale wetgeving bewust hebt overtreden. Ook tijdens een fraudeonderzoek blijft de fiscus gebonden door de wet en moet hij de rechten van verdediging respecteren.

De manier waarop een belastingplichtige reageert tijdens de eerste fase van een controle kan echter een belangrijke invloed hebben op het verdere verloop van het dossier. Een onvolledig, ondoordacht of tegenstrijdig antwoord kan de discussie met de administratie onnodig bemoeilijken.

Wanneer u een vraag om inlichtingen, een bericht van wijziging of een andere kennisgeving van de fiscus ontvangt waaruit blijkt dat de administratie fiscale fraude vermoedt, is het daarom aangewezen de situatie zorgvuldig te analyseren voordat u inhoudelijk reageert.

In de praktijk verdient het aanbeveling om onder meer:

  • na te gaan op welke feiten de fiscus zich precies baseert;

  • de wettelijke grondslag van de gevraagde informatie te controleren;

  • alle relevante documenten en bewijsstukken te verzamelen;

  • de gehanteerde fiscale kwalificatie kritisch te beoordelen;

  • de wettelijke termijnen strikt te respecteren;

  • een goed onderbouwd antwoord voor te bereiden.

In veel dossiers bestaat ruimte voor een juridische discussie over de feiten, de toepassing van de fiscale wetgeving of de aanwezigheid van bedrieglijk opzet. Het enkele feit dat de administratie meent dat sprake is van fraude, betekent immers niet dat dit standpunt juridisch juist is of uiteindelijk door een rechtbank zal worden gevolgd.

Indien de fiscus uiteindelijk beslist bijkomende belastingen, belastingverhogingen of administratieve geldboeten op te leggen, beschikt de belastingplichtige over verschillende rechtsmiddelen om die beslissing te betwisten. Naargelang de omstandigheden kan een administratief bezwaar worden ingediend en kan het geschil vervolgens aan de bevoegde rechtbank worden voorgelegd.

16. Besluit

Fiscale fraude is een juridisch complex begrip dat verder gaat dan de loutere vaststelling dat te weinig belastingen werden betaald. Niet iedere onjuiste belastingaangifte, administratieve vergissing of fiscale discussie kan als fraude worden aangemerkt. De beoordeling hangt steeds af van de concrete feiten, de toepasselijke wettelijke bepalingen en de vraag of de administratie het vereiste bewijs kan leveren.

De gevolgen van een kwalificatie als fiscale fraude kunnen aanzienlijk zijn. Naast een belastingcorrectie kunnen belastingverhogingen, administratieve geldboeten en, in uitzonderlijke gevallen, een strafrechtelijke vervolging volgen. Tegelijk beschikt iedere belastingplichtige over belangrijke procedurele waarborgen en kan een beslissing van de fiscus steeds worden getoetst door een onafhankelijke rechter.

Een grondige kennis van de toepasselijke regelgeving en een tijdige juridische beoordeling van het dossier zijn daarom essentieel. Niet alleen om onnodige discussies met de administratie te vermijden, maar ook om de rechten van verdediging ten volle te kunnen uitoefenen wanneer de fiscus meent dat sprake is van fiscale fraude.

FAQ

1. Wat is fiscale fraude?

Fiscale fraude is het bewust overtreden van de fiscale wetgeving met als doel minder belastingen te betalen of een onrechtmatig belastingvoordeel te verkrijgen. Niet elke fout in een belastingaangifte is daarom fiscale fraude. Om van fraude te kunnen spreken, zal de fiscus doorgaans moeten aantonen dat sprake is van bedrieglijk opzet of het oogmerk om de Schatkist te benadelen.

2. Is elke fout in een belastingaangifte fiscale fraude?

Neen. Een vergissing, rekenfout of een oprecht interpretatiegeschil met de fiscus is niet automatisch fiscale fraude. Ook wanneer de fiscus uw aangifte corrigeert, betekent dit niet noodzakelijk dat u frauduleus hebt gehandeld. Het onderscheid tussen een gewone fout en fraude is belangrijk, omdat fraude aanleiding kan geven tot zwaardere sancties.

3. Wanneer is sprake van fiscale fraude?

Van fiscale fraude kan sprake zijn wanneer een belastingplichtige bewust belastbare inkomsten verzwijgt, valse documenten gebruikt of opzettelijk onjuiste informatie verstrekt om minder belastingen te betalen. De beoordeling gebeurt steeds op basis van de concrete feiten van het dossier.

4. Wat is het verschil tussen fiscale fraude en belastingontduiking?

Belastingontduiking is een ruim begrip voor het onrechtmatig ontwijken van belastingen. Fiscale fraude is doorgaans de zwaarste vorm daarvan en veronderstelt een bijzonder verwijtbaar gedrag, zoals bedrieglijk opzet of het oogmerk om de Schatkist te schaden. Niet elke vorm van belastingontduiking zal daarom automatisch als fiscale fraude worden gekwalificeerd.

5. Wat is het verschil tussen fiscale fraude en belastingontwijking?

Belastingontwijking betekent dat een belastingplichtige gebruikmaakt van wettelijke mogelijkheden om minder belastingen te betalen. Dat is in beginsel toegelaten. Fiscale fraude daarentegen houdt in dat de fiscale wetgeving bewust wordt overtreden. Beide begrippen mogen daarom niet met elkaar worden verward.

6. Wat is het verschil tussen fiscale fraude en fiscaal misbruik?

Fiscaal misbruik doet zich voor wanneer een belastingplichtige een wettelijke regeling gebruikt op een manier die strijdig is met de bedoeling van de wetgever. Bij fiscale fraude wordt de wet daarentegen daadwerkelijk overtreden. Hoewel beide situaties fiscale gevolgen kunnen hebben, gaat het om twee verschillende juridische concepten.

7. Hoe ontdekt de fiscus fiscale fraude?

De fiscus kan mogelijke fraude vaststellen via belastingcontroles, vragen om inlichtingen, risicoanalyses, meldingen van andere overheidsdiensten, internationale gegevensuitwisseling of informatie afkomstig van derden. Dat een dossier wordt geselecteerd voor onderzoek betekent echter niet automatisch dat sprake is van fraude.

8. Hoe weet ik of ik door de fiscus wordt onderzocht?

In de meeste gevallen ontvangt u een vraag om inlichtingen, een uitnodiging tot controle of een bericht van wijziging. De fiscus is evenwel niet verplicht om onmiddellijk mee te delen dat hij fraude vermoedt. Pas uit de verdere correspondentie kan blijken welke richting het onderzoek uitgaat.

9. Kan de fiscus mijn bankrekening controleren?

Ja, maar niet onbeperkt. De fiscus moet een bijzondere wettelijke procedure volgen voordat hij informatie bij uw bank kan opvragen. In de meeste gevallen zal hij eerst proberen de nodige gegevens rechtstreeks bij u te verkrijgen.

10. Mag de fiscus mijn woning betreden?

Niet zomaar. Voor privéwoningen gelden strikte wettelijke voorwaarden en grondwettelijke waarborgen. De fiscus beschikt wel over ruimere bevoegdheden om beroepslokalen te bezoeken dan om een privéwoning te betreden.

11. Mag de fiscus mijn boekhouding controleren?

Ja. Wanneer u een boekhouding moet voeren, mag de fiscus deze onderzoeken om na te gaan of uw belastingaangifte correct is. Ook digitale boekhoudingen en elektronische documenten kunnen daarbij worden gecontroleerd.

12. Mag de fiscus informatie opvragen bij mijn bank of accountant?

Ja, onder bepaalde wettelijke voorwaarden. De fiscus kan in specifieke gevallen informatie verkrijgen van financiële instellingen, accountants of andere derden. Daarbij moet hij wel de toepasselijke wettelijke procedure naleven.

13. Kan de fiscus informatie ontvangen uit het buitenland?

Ja. België neemt deel aan verschillende internationale systemen voor gegevensuitwisseling. Daardoor kan de fiscus onder bepaalde voorwaarden informatie ontvangen over buitenlandse bankrekeningen, financiële activa en andere relevante gegevens.

14. Hoe verloopt een fiscaal fraudeonderzoek?

Een fraudeonderzoek begint meestal met een controle of een vraag om inlichtingen. Vervolgens beoordeelt de fiscus de ontvangen informatie. Indien hij meent dat bijkomende belastingen verschuldigd zijn, zal hij doorgaans eerst een bericht van wijziging versturen, waarna u de mogelijkheid krijgt om te reageren.

15. Wat is een vraag om inlichtingen?

Een vraag om inlichtingen is een schriftelijk verzoek van de fiscus om bijkomende informatie of bewijsstukken te bezorgen. Het ontvangen van een dergelijke vraag betekent niet automatisch dat u van fiscale fraude wordt verdacht.

16. Wat is een bericht van wijziging?

Een bericht van wijziging is de kennisgeving waarin de fiscus uitlegt waarom hij uw belastingaangifte wil aanpassen. U krijgt vervolgens de mogelijkheid om uw standpunt kenbaar te maken voordat de aanslag wordt gevestigd.

17. Wat is de rol van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI)?

De BBI behandelt voornamelijk dossiers met een verhoogd fiscaal risico of vermoedens van ernstige fraude. Zij beschikt over dezelfde wettelijke onderzoeksbevoegdheden als de gewone fiscale administratie, maar focust op complexere en maatschappelijk belangrijke dossiers.

18. Wat is de Una Via-procedure?

De Una Via-procedure regelt de samenwerking tussen de fiscale administratie en het openbaar ministerie wanneer ernstige fiscale fraude wordt vermoed. Zij moet ervoor zorgen dat administratieve en strafrechtelijke procedures op een gecoördineerde wijze verlopen.

19. Welke sancties kunnen worden opgelegd bij fiscale fraude?

Afhankelijk van de omstandigheden kan de fiscus belastingverhogingen, administratieve geldboeten of nalatigheidsinteresten opleggen. In ernstige gevallen kan bovendien een strafrechtelijke vervolging volgen.

20. Kan ik een belastingverhoging aanvechten?

Ja. Een belastingverhoging kan worden betwist via een administratief bezwaar en, indien nodig, voor de rechtbank. De fiscus moet kunnen aantonen dat aan alle wettelijke voorwaarden voor de opgelegde sanctie is voldaan.

21. Hoe lang kan de fiscus teruggaan bij fiscale fraude?

Wanneer de wettelijke voorwaarden vervuld zijn, beschikt de fiscus over langere onderzoeks- en aanslagtermijnen dan in gewone dossiers. Welke termijn precies geldt, hangt af van de concrete feiten en de toepasselijke wettelijke bepalingen.

22. Wanneer wordt fiscale fraude strafrechtelijk vervolgd?

Een strafrechtelijke vervolging is eerder uitzonderlijk en wordt doorgaans voorbehouden voor ernstige fraudegevallen. Uiteindelijk beslist het openbaar ministerie autonoom of een strafprocedure wordt opgestart.

23. Welke rechten heb ik tijdens een fiscaal fraudeonderzoek?

Ook tijdens een fraudeonderzoek behoudt u uw rechten. Zo hebt u onder meer recht op een zorgvuldig onderzoek, een gemotiveerde beslissing, de mogelijkheid om uw standpunt toe te lichten en, indien nodig, de aanslag of sanctie te betwisten voor een onafhankelijke rechter.

24. Wat moet ik doen als ik van fiscale fraude wordt verdacht?

Reageer niet overhaast. Analyseer eerst de vragen van de fiscus, verzamel alle relevante documenten en controleer op welke wettelijke grondslag de administratie zich baseert. Een goed onderbouwde reactie in een vroeg stadium kan vaak een belangrijke invloed hebben op het verdere verloop van het dossier. Ik zou hier ook expliciet vermelden dat tijdig gespecialiseerd fiscaal advies aangewezen kan zijn, zeker wanneer de fiscus verwijst naar bedrieglijk opzet, het oogmerk om te schaden of een mogelijke strafrechtelijke vervolging.

 
 

CONTACT

Aeacus Lawyers staat tot uw dienst voor al uw juridische vragen. U kan met ons geheel vrijblijvend contact opnemen via het onderstaande e-mailadres of door het onderstaande formulier in te vullen. Wij komen zo spoedig mogelijk bij u terug. 

bottom of page