top of page

De fiscus wil uw aangifte wijzigen: wat kunt u doen vóór de belasting wordt gevestigd?

16 aug
12 minuten om te lezen

In het kort

Een fiscaal geschil begint vaak al vóór u een aanslagbiljet ontvangt. Wanneer de fiscus uw aangifte wil wijzigen, moet hij bepaalde procedureregels respecteren en krijgt u de mogelijkheid om te reageren. Die fase wordt het pretaxatiegeschil genoemd.

Net in deze fase kan een goed en tijdig verweer doorslaggevend zijn. Een onvoldoende gemotiveerd bericht van wijziging, een te vroeg gevestigde aanslag of het niet respecteren van uw antwoordtermijn kan er zelfs toe leiden dat de uiteindelijke belastingaanslag nietig is.

Inleiding

“De fiscus wil mijn aangifte wijzigen. kan ik hier nog iets tegen doen?” Het is een vraag die we bij Aeacus Lawyers regelmatig krijgen wanneer een belastingplichtige plots een bericht van wijziging of een kennisgeving van aanslag van ambtswege ontvangt.

Het antwoord is belangrijk: neen, op dat ogenblik is de belasting doorgaans nog niet definitief vastgesteld. U bevindt zich in een cruciale tussenfase waarin de fiscus zijn standpunt kenbaar maakt, maar waarin u nog de mogelijkheid hebt om te reageren, argumenten aan te voeren en bepaalde procedurefouten aan te kaarten.

Fiscalisten noemen dit het pretaxatiegeschil. Voor de belastingplichtige is vooral één zaak belangrijk: wat u in deze fase doet, of net nalaat te doen, kan bepalend zijn voor het verdere verloop van uw fiscaal dossier.

Inhoudstafel


1. Wat is een pretaxatiegeschil?

Een pretaxatiegeschil is, eenvoudig gezegd, een discussie met de fiscus vóór de belastingaanslag definitief wordt gevestigd.

Met “een aanslag vestigen” bedoelt men dat de belastingadministratie officieel vastlegt hoeveel belastingen zij meent dat u verschuldigd bent. Het pretaxatiegeschil speelt zich dus af vóór dat moment.

Het kan bijvoorbeeld gaan over onderzoeksdaden van de fiscus, een bericht van wijziging, een kennisgeving van aanslag van ambtswege of andere beslissingen van de belastingadministratie die al juridische gevolgen hebben, maar waarbij de definitieve belasting nog niet werd vastgesteld.

Dit moet worden onderscheiden van een posttaxatiegeschil. Dat ontstaat nadat de aanslag is gevestigd. De belasting is dan officieel vastgesteld en de discussie verloopt in beginsel via een bezwaarschrift en eventueel vervolgens via de fiscale rechter.

Het onderscheid is juridisch relevant, maar niet altijd scherp. In de rechtsleer wordt aanvaard dat zowel pre als posttaxatiegeschillen in beginsel onder de bevoegdheid van de fiscale rechter kunnen vallen op grond van artikel 569, eerste lid, 32° Ger.W.

2. Kunt u al naar de rechter vóór er een aanslag is?

Dat kan in bepaalde gevallen.

Artikel 569, eerste lid, 32° Ger.W. bepaalt dat de rechtbank van eerste aanleg bevoegd is voor alle “geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet”. Deze bevoegdheid werd ingevoerd door de Wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken.

Het begrip “belastingwet” wordt ruim opgevat. Het gaat niet alleen om de personenbelasting of vennootschapsbelasting, maar onder meer ook om BTW, successie en registratierechten, douane en accijnzen en provincie en gemeentebelastingen. Ook fiscale decreten, ordonnanties, verordeningen en belastingreglementen kunnen hieronder vallen.

Dat betekent evenwel niet dat de rechtbank om het even welke fiscale regel in abstracto kan beoordelen. De fiscale rechtbank behandelt individuele fiscale geschillen. De beoordeling van de geldigheid van normen als dusdanig blijft in voorkomend geval voorbehouden aan onder meer het Grondwettelijk Hof en de Raad van State.

Uit de zogenaamde De Jaeck arresten van de Raad van State volgt bovendien dat ook een betwisting over bepaalde onderzoeksdaden van de fiscus een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet kan uitmaken. Het ging daarbij onder meer om een oproep door de BBI op grond van de artikelen 322 en 325 WIB 1992.

Een belastingplichtige hoeft dus niet noodzakelijk in alle omstandigheden te wachten tot de fiscus uiteindelijk een belastingbedrag op zijn naam heeft gevestigd voordat een geschil juridisch relevant kan worden.

Een van de belangrijkste pretaxatiegeschillen in de praktijk betreft precies de vraag hoe ver de fiscus in de tijd mag teruggaan met zijn onderzoek. Bij een gewone fiscale controle bedraagt de onderzoekstermijn in beginsel drie jaar. Wanneer de fiscus zich beroept op fiscale fraude, kan hij daarentegen gedurende zeven jaar onderzoek voeren. Het verschil is aanzienlijk. Daarom kan reeds vóór de eigenlijke belastingheffing een geschil ontstaan over de vraag of de fiscus terecht de verlengde fraudetermijn toepast. De belastingplichtige kan de rechter daarbij vragen zich uit te spreken over de rechtmatigheid van die verlengde onderzoeksbevoegdheid, zonder dat noodzakelijk al uitspraak moet worden gedaan over de onderliggende belastingschuld. Oordeelt de rechter dat de voorwaarden voor toepassing van de fraudetermijn niet vervuld zijn, dan kan de fiscus voor de betrokken oudere jaren zijn verlengde onderzoeksbevoegdheid niet gebruiken. Een pretaxatiegeschil kan zo de omvang van de fiscale controle aanzienlijk beperken, nog vóór een aanslag wordt gevestigd.

3. Het bericht van wijziging: de fiscus wil uw aangifte aanpassen

Wanneer de fiscus uw aangifte wil wijzigen, kan hij dat niet zomaar doen. Artikel 346 WIB 1992 verplicht de administratie om u via een bericht van wijziging mee te delen welke inkomsten of andere gegevens zij wil aanpassen en waarom.

Die motivering is belangrijk. U moet kunnen begrijpen wat de fiscus betwist, op welke feitelijke en juridische gronden hij dat doet en waartegen u zich dus moet verdedigen. Het bericht van wijziging is daarom geen gewone informatiebrief, maar een substantiële vormvereiste. Een onvoldoende duidelijke of tegenstrijdige motivering kan gevolgen hebben voor de geldigheid van de latere aanslag.

Na ontvangst krijgt u bovendien de mogelijkheid om de voorgestelde wijziging te betwisten voordat de fiscus de belasting definitief vaststelt. Het is dan ook vaak op dit moment dat het inhoudelijke fiscale debat echt begint.

Wilt u weten hoe u concreet moet reageren op een bericht van wijziging, welke termijnen gelden en welke fouten u best vermijdt? Lees dan ons uitgebreide artikel “Bericht van wijziging ontvangen: wat nu?

4. De aanslag van ambtswege: wanneer de fiscus zelf uw belastbaar inkomen bepaalt

Een tweede belangrijke procedure is de aanslag van ambtswege.

In bepaalde gevallen kan de fiscus een aanslag van ambtswege vestigen. Dat betekent dat de administratie niet langer uw aangifte als uitgangspunt neemt, maar zelf uw belastbare inkomsten bepaalt op basis van de gegevens waarover zij beschikt.

Artikel 351 WIB 1992 laat dit onder meer toe wanneer geen aangifte werd ingediend, bepaalde documenten of inlichtingen niet werden verstrekt of niet tijdig werd geantwoord op een bericht van wijziging.

De fiscus moet u daarvan vooraf in kennis stellen en aangeven waarom hij deze procedure toepast, welk bedrag hij wil belasten en hoe hij dat bedrag heeft bepaald.

Een aanslag van ambtswege is bijzonder ingrijpend omdat hij in principe leidt tot een omkering van de bewijslast. Eenvoudig gezegd komt u als belastingplichtige daardoor in een moeilijkere bewijspositie terecht: u moet aantonen dat de door de fiscus vastgestelde belastbare inkomsten niet correct zijn.

Een kennisgeving van aanslag van ambtswege is daarom geen gewone administratieve brief en verdient een snelle en grondige reactie.

Binnenkort publiceren we een afzonderlijk artikel waarin we uitgebreid bespreken wanneer de fiscus een aanslag van ambtswege mag toepassen, wat de omkering van de bewijslast concreet betekent en hoe u zich daartegen kunt verdedigen.

Meer weten? In ons artikel “Aanslag van ambtswege ontvangen: wat nu?” bespreken we uitgebreid wanneer de fiscus deze procedure mag toepassen, wat de omkering van de bewijslast concreet betekent en hoe u zich daartegen kunt verdedigen.

5. Hoeveel tijd krijgt u om te reageren?

Na ontvangst van een bericht van wijziging of een kennisgeving van aanslag van ambtswege krijgt de belastingplichtige tijd om schriftelijk te reageren.

Volgens de in het brondocument aangehaalde regeling beschikt de belastingplichtige over één maand, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de verzending, om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.

Om wettige redenen kan om een verlenging worden gevraagd, bijvoorbeeld wegens ernstige ziekte of langdurige afwezigheid.

Die antwoordtermijn beschermt niet alleen de belastingplichtige. Zij legt ook een verplichting op aan de fiscus.

De administratie mag de belasting in beginsel niet definitief vaststellen vóór die termijn verstreken is.

Er bestaan drie uitzonderingen: wanneer de belastingplichtige schriftelijk akkoord gaat met de wijzigingen, wanneer de rechten van de Schatkist in gevaar zijn door een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijn en wanneer het gaat om roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing.

Het Hof van Cassatie heeft het belang van deze wachttermijn benadrukt in zijn arrest van 12 september 2014, Petronas Lubricants Belgium (F.13.0105.N).

Het enkele feit dat een belastingplichtige al vóór het einde van de maand heeft geantwoord, geeft de administratie niet zomaar het recht om onmiddellijk de aanslag te vestigen. Een aanslag die wordt gevestigd zonder de wettelijk vereiste wachttermijn te respecteren, kan nietig zijn.

6. Welke rechten hebt u vóór de belasting definitief wordt vastgesteld?

De pretaxatiefase is geen periode waarin de belastingplichtige machteloos moet afwachten wat de fiscus beslist. Verschillende procedurele rechten beschermen hem.

6.1. Recht op een duidelijke motivering

Een van de belangrijkste waarborgen is het recht om te weten waarom de fiscus uw aangifte wil wijzigen.

De administratie moet haar bericht van wijziging en haar kennisgeving van aanslag van ambtswege voldoende motiveren.

Ook wanneer de belastingplichtige vervolgens opmerkingen indient en de fiscus die opmerkingen niet volgt, moet de administratie uitleggen waarom.

Artikel 346, vijfde lid WIB 1992 verplicht de administratie om uiterlijk op de dag waarop de aanslag wordt gevestigd, per aangetekende brief mee te delen met welke opmerkingen van de belastingplichtige zij geen rekening heeft gehouden en waarom.

Het Hof van Cassatie oordeelde op 5 januari 2017 (F.15.0030.F) dat een niet ondertekend document van de administratie dat louter ter informatie redenen opgeeft als antwoord op het niet akkoord van de belastingplichtige, niet geldt als een geldige beslissing tot taxatie in de zin van artikel 346, vijfde lid WIB 1992.

Ook sancties moeten behoorlijk worden gemotiveerd. Het hof van beroep te Gent oordeelde op 15 maart 2016 dat de loutere vermelding dat een belastingverhoging “kan” worden opgelegd onvoldoende is wanneer de administratie daadwerkelijk van plan is die verhoging toe te passen.

6.2. Recht om het dossier in te kijken

Een belastingplichtige moet in bepaalde omstandigheden ook kunnen nagaan waarop de fiscus zijn standpunt baseert.

Het inzagerecht geeft hem de mogelijkheid kennis te nemen van relevante stukken uit het fiscaal dossier. Artikel 374 WIB 1992 speelt daarbij een belangrijke rol.

De Raad van State heeft bovendien bevestigd dat dit inzagerecht een recht kan vormen dat voor de fiscale rechter kan worden afgedwongen.

Dat is praktisch belangrijk. Een belastingplichtige kan zich moeilijk behoorlijk verdedigen tegen een fiscale correctie wanneer hij niet weet op welke documenten of gegevens de administratie zich baseert.

6.3. Recht om gehoord te worden

Tijdens de latere bezwaarfase beschikt de belastingplichtige eveneens over een hoorrecht. Hij kan zijn standpunt dus mondeling toelichten.

Dat recht behoort strikt genomen niet tot de pretaxatiefase, maar sluit aan bij hetzelfde uitgangspunt: een belastingplichtige moet een reële mogelijkheid krijgen om zijn argumenten naar voren te brengen voordat zijn fiscaal geschil definitief wordt beslecht.

6.4. Recht op juridische bijstand

De belastingplichtige kan zich tijdens het fiscale geschil laten bijstaan door een advocaat.

Wanneer de zaak uiteindelijk voor de fiscale rechter wordt gebracht, wordt de vordering ingesteld via een verzoekschrift op tegenspraak. Artikel 1034ter, 6° Ger.W. bepaalt dat dit verzoekschrift moet worden ondertekend door de belastingplichtige zelf of door een advocaat.

Een bijzondere volmachtdrager die geen advocaat is, kan dat verzoekschrift niet rechtsgeldig in zijn plaats ondertekenen.

7. Procedurefouten van de fiscus: wanneer kan de aanslag nietig zijn?

De procedureregels vóór de belasting wordt gevestigd zijn geen formaliteiten zonder gevolgen.

Sommige regels zijn precies bedoeld om de belastingplichtige een effectieve mogelijkheid tot verdediging te geven. Wanneer de fiscus die regels schendt, kan dat in bepaalde gevallen leiden tot de nietigheid van de aanslag.

In mensentaal betekent dit dat de belasting die de fiscus officieel heeft vastgesteld juridisch geen stand houdt wegens een fout in de procedure.

7.1. De fiscus handelt te snel

De antwoordtermijn is een substantiële vormvereiste.

Wanneer de fiscus de aanslag vestigt voordat de wettelijk vereiste termijn verstreken is, kan de aanslag nietig zijn.

Dat is geen detail. Zelfs wanneer de fiscus inhoudelijk meent gelijk te hebben over de verschuldigde belasting, moet hij de procedurele rechten van de belastingplichtige respecteren.

7.2. De fiscus legt onvoldoende uit waarom hij uw aangifte wijzigt

Ook een gebrekkige motivering kan gevolgen hebben.

Het hof van beroep te Gent vernietigde bijvoorbeeld een aanslag waarbij de administratie in haar taxatiebeslissing terugkwam op een eerder gebruikte rechtsgrond zonder die wijziging behoorlijk toe te lichten (Gent 12 april 2016, Fisc.Koer. 2016, afl. 14, 781).

De belastingplichtige moet immers weten tegen welke concrete juridische en feitelijke redenering hij zich moet verdedigen.

7.3. Problemen met een akkoord

Ook een zogenaamd akkoord met de fiscus verdient bijzondere aandacht.

Het hof van beroep te Antwerpen behandelde op 17 februari 2015 een zaak waarin een boekhouder een akkoord had ondertekend terwijl hij slechts voor de ene echtgenoot en niet voor de andere gemachtigd was.

De administratie moest alsnog een bericht van wijziging aan de andere echtgenoot versturen. Zonder dat bericht was de aanslag nietig (Antwerpen 17 februari 2015, FJF, nr. 2015/172).

Ook wanneer de fiscus zelf terugkomt op een eerder gesloten akkoord en de voorwaarden wijzigt, kan een nieuw bericht van wijziging noodzakelijk zijn. De rechtbank van eerste aanleg te Aarlen oordeelde op 16 december 2015 dat het ontbreken daarvan tot nietigheid van de aanslag kon leiden (Rb. Aarlen 16 december 2015, FJF, nr. 2016/244).

8. Wat gebeurt er nadat de belasting is gevestigd?

Wanneer het geschil niet tijdens de pretaxatiefase wordt opgelost, zal de fiscus uiteindelijk de aanslag vestigen.

Concreet betekent dit dat de belastingadministratie het volgens haar verschuldigde belastingbedrag officieel vastlegt. De belastingplichtige ontvangt vervolgens een aanslagbiljet.

Vanaf dat moment bevindt het geschil zich niet langer in de pretaxatiefase. Er is nu sprake van een geschil na de belastingheffing.

De belastingplichtige kan overeenkomstig artikel 366 WIB 1992 een administratief bezwaar indienen bij de bevoegde adviseur generaal.

Volgens de in het brondocument aangehaalde regeling moet dat bezwaar worden ingediend binnen zes maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Die termijn is een vervaltermijn. Wie hem laat verstrijken, kan in beginsel geen gewoon bezwaar meer indienen.

Ook daarna hoeft een belastingplichtige niet onbeperkt te wachten.

Wanneer de adviseur generaal niet binnen de daarvoor relevante termijn beslist, volgens het brondocument zes maanden bij een gewone aanslag en negen maanden bij een aanslag van ambtswege, te rekenen vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift, kan de belastingplichtige het geschil voor de fiscale rechter brengen zonder de administratieve beslissing verder af te wachten.

De gerechtelijke vordering wordt ingesteld via een verzoekschrift op tegenspraak overeenkomstig artikel 1385decies Ger.W.

Wanneer de wet eerst in een administratief beroep voorziet, moet dat beroep wel worden doorlopen voordat naar de rechter wordt gestapt. Artikel 1385undecies, eerste lid Ger.W. bepaalt dat de gerechtelijke vordering anders onontvankelijk is.

Tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg over een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet staat hoger beroep open, ongeacht het bedrag van de betwisting (art. 617, derde lid Ger.W.). De termijn voor hoger beroep bedraagt één maand vanaf de betekening van het vonnis.

9. Wat doet u concreet wanneer u een bericht van de fiscus ontvangt?

Een bericht van wijziging of kennisgeving van aanslag van ambtswege mag u niet behandelen als een gewone administratieve brief die nog wel even kan blijven liggen.

Controleer eerst de datum. Vanaf de verzending beginnen belangrijke proceduretermijnen te lopen.

Lees vervolgens precies wat de fiscus wil wijzigen en waarom. Een bericht van wijziging moet voldoende duidelijk zijn om u toe te laten uw verweer te organiseren. Een onduidelijke, tegenstrijdige of gebrekkige motivering kan juridisch belangrijk zijn.

Antwoord tijdig en schriftelijk. Niet of te laat reageren kan de fiscus de mogelijkheid geven om een aanslag van ambtswege te vestigen, met de daarbij horende omkering van de bewijslast.

Onderteken een akkoord niet lichtvaardig. Wie uitdrukkelijk akkoord gaat met een voorgestelde wijziging, beperkt daarmee in beginsel zijn mogelijkheden om diezelfde elementen later opnieuw te betwisten.

Controleer ook wat de fiscus na uw antwoord doet. Wanneer de administratie uw argumenten verwerpt, moet zij in de gevallen bedoeld door artikel 346, vijfde lid WIB 1992 motiveren waarom zij daarmee geen rekening houdt.

Ten slotte is ook de timing van de uiteindelijke aanslag belangrijk. Een aanslag die te vroeg wordt gevestigd, kan wegens schending van een substantiële procedureregel nietig zijn.

10. Conclusie

Een fiscaal geschil begint niet noodzakelijk op de dag waarop het aanslagbiljet in de brievenbus valt.

Vaak is de discussie al veel eerder begonnen.

Een bericht van wijziging betekent dat de fiscus van plan is af te wijken van uw aangifte. Een kennisgeving van aanslag van ambtswege betekent dat de administratie in bepaalde omstandigheden zelf uw belastbare inkomsten wil bepalen. In beide gevallen beschikt de belastingplichtige over procedurele rechten die hem in staat moeten stellen zich daadwerkelijk te verdedigen.

Die rechten zijn niet louter theoretisch. De fiscus moet zijn standpunt behoorlijk motiveren, moet bepaalde termijnen respecteren en moet de belastingplichtige een reële mogelijkheid geven om te reageren. Schendingen van die regels kunnen in bepaalde gevallen tot nietigheid van de uiteindelijke aanslag leiden.

De pretaxatiefase is daarom veel meer dan administratief voorwerk. Het is vaak het eerste echte verdedigingsmoment in een fiscaal geschil.

Wie pas juridische bijstand zoekt nadat de belasting definitief werd gevestigd, kan daardoor belangrijke kansen hebben laten liggen. Een tijdige analyse van het bericht van wijziging, de motivering, de toepasselijke termijnen en het antwoord van de belastingplichtige kan het verdere verloop van het dossier wezenlijk beïnvloeden.

Over Aeacus

Aeacus is het go to kantoor voor fiscale procedures en fiscaal strafrecht. Onze advocaten staan particulieren, ondernemingen en vermogende families dagelijks bij tijdens, pretaxatiegeschillen, fiscale controles, berichten van wijziging, aanslagen van ambtswege, bezwaarprocedures en gerechtelijke fiscale geschillen.

Onze meerwaarde ligt in de combinatie van een doorgedreven inhoudelijke fiscale expertise en een uitgebreide kennis van het fiscaal procesrecht. Een fiscaal geschil draait immers niet alleen om de vraag hoeveel belasting verschuldigd is, maar ook om de vraag of de fiscale administratie de wettelijke procedure, onderzoekstermijnen, aanslagtermijnen en andere procedurele waarborgen correct heeft nageleefd.

 Hebt u vragen over het zwijgrecht of wenst u ondersteuning bij een lopende fiscale controle? Plan dan gerust een gratis en vrijblijvende afspraak in om uw dossier of concrete vragen met ons te bespreken.



Christophe Romero Senne Verholle

 
 

CONTACT

Aeacus Lawyers staat tot uw dienst voor al uw juridische vragen. U kan met ons geheel vrijblijvend contact opnemen via het onderstaande e-mailadres of door het onderstaande formulier in te vullen. Wij komen zo spoedig mogelijk bij u terug. 

bottom of page